Molinari op vakantie - lange rust

Ah, vakantie. Dit jaar was het prima weer, en ik zat op Texel met vrouw Marga en onze kinderen. Daarna zijn Marga en ik samen nog een weekend in Gent geweest, om ook weer eens even ouderwets aan elkaar toe te komen. En wat doet deze molinarus als hij op vakantie is? Juist: hij kijkt toch even aan de kim of hij niet "toevallig" een wiekenkruis of molenromp bespeurt. Hieronder volgt verslag.

Molens op Texel

Er staan een paar meer, maar ik heb er 2 bezocht: korenmolen De Traanroeier in Oude Schild en poldermolen Het Noorden in Oosterend. Een kort verslag per molen volgt.

De traanroeier

Als een van de trekpleisters voor het lokale toerisme wordt deze molen tot in de puntjes onderhouden. Je krijgt hierdoor wel wat de sfeer van een museum - heel anders dan meer bij het werk gebleven molens zoals de molens van de Slochter Molenstichting: in de Traanroeier ziet alles er even nieuw en gaaf uit. Ter illustratie hiervan heb ik een wat groter plaatje bijgevoegd waarop je de overgang tussen onderkant (veldmuren tot aan de stelling) en bovenkant van het achtkant ziet. Keurig. Let op de constructie: je ziet dat er een gepotdekselde houten bekleding gebruikt is, maar daar zie je aan de buitenkant helemaal niets meer van terug. Daar zie je alleen de later aangebrachte rieten bekleding.

<< Deze molen, gebouwd in 1902, is een ruime stellingmolen. Helaas kon ik op de bezoekdag de stelling niet op: in verband met de veiligheid waren de deuren er naar toe afgesloten. Maar er is vanaf de eerste zolder een doorgang naar een van de Texelse juttersmusea en vanuit die doorgang heb ik toch een aardig plaatje van de stellingschoren kunnen schieten. De Traanroeier was de eerste molen was waar men - al in 1963 - mee heeft geëxperimenteerd om te zien of men hem kon ombouwen tot een onbemande electriciteit opwekkende molen. De molen is voorzien van zelfzwichting en was verder "ver-Dekkerd", dus voorzien van het Dekker wieksysteem. Zo'n Dekker systeem bestaat uit een omsluiting van het hekwerk vanaf de voorzoom tot aan de eerste binnenzoom met aluminium of zinken platen, die op profielen worden gespijkerd. Het Dekker wieksysteem is in de jaren twintig van de 20e eeuw ontwikkeld door Molenmaker A.J. Dekker om de stroomlijn van het gevlucht te verbeteren en kan op een klein aantal molens nog steeds gevonden worden, waaronder dus de Traanroeier. Het gevlucht is verder voorzien van neusremkleppen: dit systeem baseert op centrifugaalkrachten, waardoor de kleppen bij een bepaalde snelheid opengaan en het gevlucht remmen. Ook nu zijn deze constructies nog aanwezig.

>>; Ook opmerkelijk is dat de koningsspil voor een groot deel niet van hout maar van staal is: er is op de derde zolder een koppeling tussen de originele houten koningsspil en een stalen spil gemaakt, zie de foto hiernaast. Je kunt dit goed zien omdat er een speciaal voor de bezoekers gemaakte opening is waardoor je bovenbonkelaar en deze constructie kunt bewonderen. Die stalen spil is wel raar: je ziet dan op de 1e twee zolders een soort "lantaarnpaal" op de plaats waar je normaliter de koningsspil zou aantreffen: daarbinnen in draait dan de stalen as, die in het electrische tijdperk de generator aandreef. Raar of niet, maar het is wel een heel veilige oplossing: je kunt de draaiende as niet aanraken en achter zo'n lantaarnpaal blijf je ook niet makkelijk haken.

<< Op de begane grond zien we hoe deze konings-"spil" een vliegwiel aandrijft, waarmee op zijn beurt de as van de generator wordt aangedreven (niet zichtbaar op de foto). Zo je ziet is er een grote overbrengverhouding: de generator moet met een behoorlijke vaart aangedreven worden, terwijl een gangetje van 80 enden (da's dus maar 20 toeren/tpm) voor zo'n molen al een heel aardig gangetje is, vandaar.

>> Op de 1e zolder is weer zo'n vliegwiel te vinden en zie je rechtsachter nog een deel van het oorspronkelijke regelcircuit voor de zelfkruiing en - naar ik veronderstel - automatische vanglichting. Vanaf een windkracht van 5 m/sec of meer werd de molen automatisch ingeschakeld. Hoe het dat mechanisme werkte kon ik helaas niet achterhalen: de molenaar was juist afwezig en dus kon ik niet in de kap komen of navragen. In ieder geval werd het zo te zien niet op de klassieke manier gedaan, middels een kleine molen achter op de kap - althans: ik kon er geen sporen meer van ontdekken.

<< In de electro-tijd had de molen een stalen tandkrans om het bovenwiel, waarmee een stalen bovenbonkelaar werd aangedreven. Hiernaast zie je een foto van die onderdelen, die inmiddels weer zijn vervangen door meer originele houten onderdelen: een nieuwe gang kammen in het bovenwiel en een nieuwe houten bovenbonkelaar. Ook wordt er nu geen stroom meer gemaakt in deze molen: er is een koppel maalstenen en de molen is weer maalvaardig.

Dat de mulders ook enig gevoel voor humor hebben bleek wel uit een plakkaat over de ARBO-wet wat op de benedenste zolder tegen een balk gepind zat, klik op deze link op het plakkaat te lezen.

Het Noorden

<< Als je een molen wilt zien die echt nog in zijn natuurlijke omgeving staat, niet gehinderd door bomen, huizen, heuvels of andere obstakels, dan is deze molen een aanrader. Klik op de foto om de grotere versie te bekijken. Helaas, helaas: ook hier was de molenaar absent toen ik met vrouw en kinderen op een late namiddag langs de dijk bij Oosterend reed. De molen is van verre al zichtbaar.

Okay, ik geef toe: ik ben vooringenomen en vindt als poldermolenaar (in opleiding) deze molen natuurlijk fantastisch. Maar ook op minder met poldermolens begane types zal deze molen indruk maken. Dat komt met name door ligging en de afmetingen. De molen heeft een vlucht van maar liefst 27 meter, vergelijk dat met de GP, die in onze streken als "fors" geldt: die heeft een vlucht van 21 meter en komt dan toch wat ielig over... De molen pompte oorspronkelijk het polderwater naar een molenkolk, die je op de foto duidelijk kunt zien, ongeveer in het midden van de foto. De kolk kon via een sluis die door de dijk liep bij laag water leeglopen (spuien). Op de foto stond ik met mijn rug naar de dijk, je kijkt over de sluis naar de kolk. Je ziet rechts de aan de sluisdeur bevestigde getande constructie in de lucht steken: daarmee kon je via een tandwiel de sluisdeur opendraaien (die dus naar boven schoof als je dat deed, zie ook de volgende foto).

>>  Tegenwoordig is deze sluis niet meer in gebruik en via een overloop loopt het water nu terug de polder in. De molen kan dus functioneren als vanouds, maar maalt de polder niet langer droog. Hiernaast zie je de drie sluisdeuren, nu dus met mijn rug naar de molen toe genomen. De auto (da's inderdaad de mijne) staat op de weg die langs de iets verderop gelegen dijk ligt. De dijk ligt nu dus een stuk hoger dan hij ooit lag.

De molen heeft, net als de GP, een Oud Hollands gevlucht (hekwerk met zeilen). Maar anders dan op de GP heeft deze molen fokwieken (Fauel-wieken) en steekborden op beide roeden. Een fokwiek (de naam "Fauel" is die van de ingenieur die ze heeft bedacht) heeft in plaats van windborden een hol, gebogen houten profiel wat achter de roede eindigt, met een spleet tussen roede en profiel. Het profiel is hol aan de voorkant en bol aan de achterkant: de holle kant is een uitstekende windvanger. De wind wordt dan vervolgens via de spleet tussen roede en fokwiek achter het hekwerk geleid, waardoor extra onderdruk achter het zeil ontstaat wat de trekkracht nog meer vergroot. De bolle, naar het molenhuis gerichtte kant levert een goede stroomlijn op. De totale trekkracht van dit systeem is zeer groot. Deze molen moet, met zijn enorme vlucht, zijn gunstige ligging en de fokwieken, op heel veel dagen kunnen malen.

Ik zou graag in de molen zijn geweest - zo zijn er op de begane grond in de veldmuren ramen te zien, die doen vermoeden dat er een huiskamer en keuken te bezichtigen zijn, misschien wel een bedstee. De molen heeft in plaats van een vijzel een tweetal schroefpompen (vroeger waren dat er 3 maar 1 ervan werkt niet meer) en dat had ik ook wel graag eens bekeken. Maar zoals gezegd: het bleef bij foto's maken vanaf de dijk. Maar ik ga er zeker nog eens heen en maak dan van te voren met de molenaar een afspraak om de boel eens goed te kunnen bezichtigen.

Molen in Gent

Torenmolen in Zwijnaarde

<<  Zoals gezegd wilden Marga en ik ook even zonder onze "kidzzz" op stap en we kwamen in het fraaie, oude Gent terecht. De stad is een aanrader voor hen die - zoals wij - goed voedsel, prima bieren, gezellige terassen en fraaie (zeer) oude gebouwen op prijs stellen. Ik had op de Belgische zustersite van de onvolprezen molendatabase gekeken en had deze molen zien staan. Het adres was gelukkig ook bekend binnen mijn navigatiessysteem - probeer zonder zo'n handig ding maar eens "even" binnen een vreemde stad een molen te vinden - en de navigatiejuf begeleidde ons tot ze uiteindelijk vriendelijk zegde "u heeft uw bestemming bereikt". Het was even goed kijken: waar stond dat ding? Ah, daar. Maar hoe kom je daar dan.. Uiteindelijk belandden wij bij het cafe-restaurant wat naast deze molen is gelegen.

>>  Wij bestelden een drankje en ik loerde nieuwsgierig naar de molen. Dit is een torenmolen: het molenhuis (de romp) bestaat uit een conisch naar boven toelopende gemetselde muur. Daarbovenop prijkte een stevige kap, die me haast wat te groot voor de toren leek. Het gevlucht - 24 meter, en dus mag je spreken over een grote molen - heeft ooit een olieslagerij aangedreven, later werd hier graan gemalen. De molen is een zogenaamde bergmolen: ze staat op een verhoging, die deuren bevat waardoor je de molen in kunt rijden. Dat deed men vroeger om het mogelijk te maken dat de aanvoer en afvoer geen hinder hadden van het draaiende gevlucht. Al met al een heel interessante molen, leek me. Dit soort molens vindt je absoluut niet in mijn streek: de grond is hier veel te drassig om een stenen molenromp verantwoord op te kunnen bouwen. Zou ik mogelijk even binnen mogen kijken, vroeg ik me af? Eens even vragen.

De uitbater van het restaurant was er niet, maar zijn schoonvader ontving ons vriendelijk en toen ik vertelde dat ik molenaar was slofte hij naar binnen om de sleutel te zoeken. Ik mocht best even kijken, maar, zo waarschuwde hij: pas op en het is voor eigen risico. Dat klonk niet veelbelovend. En zo bleek het ook. Bij mijn eerste rondgang buiten de molen bleek me al dat de molen niet meer bruikbaar is, althans: vanuit de optiek van een molenaar. Het gevlucht doet gammel aan, de heklatten liggen los en zien er niet best meer uit, de windborden lijken pietepeuterig ten opzichte van de rest van het gevlucht en zien er ook al niet best uit.

Een roedeketting of iets dergelijks zag ik niet: bij stormweer, zo vertelde schoonvader, kwam de brandweer om het wiekenkruis te borgen en te voorkomen dat de molen op hol sloeg. Kruien gaat al lange tijd niet meer, ik zag dat de lange schoren tegen de torenmuren klem zaten en de kruilier was defect. De torenmuur was wel hersteld, je kon nog duidelijk zien waar ooit een enorm gat gezeten moet hebben, maar al met al moest ik mijn eerste indruk wat bijstellen.

<<  Als je door de deur naar binnen gaat kom je in een soort kelder, waar ik een plaquette ontdekte die meldde dat de molen in 1970 was "gerestaureerd". Schoonvader wist te vertellen dat dat restaureren niet goed was gedaan: zo liggen de legeringsbalken nu op betonnen stiepen die in de veldmuur zijn gegoten, deze constructie bestond vroeger natuurlijk niet. De molen was dan ook, zo werd mij gezegd, indertijd "afgekeurd". Wie dat had gedaan en wat dat inhield werd me niet duidelijk.

In de kelder zie je nog de machinerie die tot 1963 gediend zal hebben om graan te malen en/of haver te pletten - ze werd electrisch aangedreven. De molen stond toen al jaren stil en zo te zien heeft men in die tijd nogal wat onderdelen uit de molen verwijderd. De eerste zolder, die ik via een wat gammel ogende trap bereikte, en waar wat stoeltjes en tafeltjes als stille getuigen van een bijeenkomst (mogelijk een feestje van restaurantgasten?) stonden maakte me ook niet enthousiast: de legeringsbalken werden hier ondersteund door ogenschijnlijk willekeurige gekozen balken, die ongetwijfeld oud, maar volgens mij absoluut niet origineel zijn. En waar, zo vroeg ik me af, was in hemelsnaam de koningsspil gebleven? Hogerop misschien? Ik zag nog een trap.. dus..

<<  En inderdaad: op de tweede zolder vond ik de koningsspil en iets waarvan ik denk dat het het spoorwiel zou kunnen zijn - het andere alternatief zou de luitafel zijn, maar de lokatie van het wiel klopt daar niet mee. De koningsspil rust niet op een donsbalk, maar leek "zo" op de steenzoldervloer te staan, zie de foto >>.

De derde zolder was niet bepaald spectaculair. De kongingsspil liep hier door naar boven, zo te zien aan de vorm van die spil had hier ooit een luitafel gezeten, maar ik kon daar alleen maar naar gissen>>

Via een nog wat gammeler trapje kwam ik tenslotte in de kap terecht. Sjonge, dat was wel een grote kap.. en een bijhorende groot bovenwiel met, als ik het goed zag, een vlaamse bandvang. Bijzonder: er zit een houten bovenas in de molen. Ook opvallend: een rollen-kruiwerk. Zou deze molen ooit zelfkruiend zijn geweest? Ook viel me op dat de kap rust op een soort draagstoel: een constructie van balken, die zeker een meter onder de rolvloer en om de koningsspil heenloopt.

<< De "bonkelaar" bleek meer een soort groot steenrondsel te zijn: twee schijven waartussen op de buitendiameter ronde staven bevestigd zijn. Zo'n steenrondsel komt inderdaad wel eens voor in korenmolens en zelfs ongeveer op die plek, maar dan is hij niet om een koningsspil, maar om een spilbalk bevestigd, waarmee de maalsteen (de loper) wordt bewogen. Het bovenwiel mistte kammen en het rondsel was ook in slechte staat.

Ik kon in de aanwezige constructie-elementen weinig vinden wat me bekend voorkwam, althans: wat me bekend voorkwam op de plaats waar het zat. De indruk die achterbleef is dat men indertijd een verzameling van mogelijk nog in de molen staande onderdelen bijeen heeft geraapt en deze zo goed en kwaad dat ging een plaatsje in de molen heeft gegeven. Maar mogelijk leest een beter met deze molen of dit molentype bekende dit en helpt mij en de overige lezers uit de droom.

Wat jammer is, is dat deze molen niet maalvaardig is: met lede ogen moet je aanzien dat stilstand inderdaad achteruitgang is. Ik denk dat de inspanning om dit alsnog te doen te groot is voor de Belgische eigenaar: er is welhaast zeker een miljoenenbedrag nodig zou je deze molen weer tot een maalvaardige olieslager of korenmolen willen maken. Wat bonpapa me nog vertelde was dat er zeer veel instanties zouden zijn die wel allerhande plannen met deze molen hebben, maar dat het er in de loop van de jaren nog steeds niet van komt om dit monument zijn functie als werkend instrument terug te geven. Wat triestig verlieten mijn vrouw en ik Zwijnaarde - laten we hopen dat dit in aanleg prachtige monument door de Belgische molenvrienden hersteld wordt in zijn ongetwijfeld glorieuze beginstaat.