Molinari in water, hout en papier - korte rust

In december gaan we proberen door ons toelatingsexamen te komen. Omdat we nog geen paltrok hadden gezien en ook weinig met binnenkruiers van doen hadden gehad had Gerda een excursie geregeld om ons "live" instructie te kunnen geven op deze molentypes. Later deze maand gaan we ook nog op voor ons pelcertificaat en gaan we lessen op een achtkante houtzaagmolen. Maar first things first.

"Ik haar zo docht" had Gerda gezegd "dat we din bie die thoes verzoameln." "Hou loat?" had ik gevraagd. "zeuven uur" had Gerda gezegd. Oooohkeeee...

Even voor zevenen stond een horde molenvolk in het halfduister op mijn erf. Er werd opgewekt gegroet, zij het wat gedempt in verband met mijn nog slapende gezin. "moi, kirrel, doe der ook?", "Hee, mulders!" en "Wat hest doe nou?" - dat laatste tegen Gerrit, die een ontstoken elleboog had opgelopen en zijn arm in een mitella droeg.

Om zeven uur was ieder er. Naast de mensen van de twee lesgroepen van de GP waren ook molenaar Hans Bergman en leerlingen Jan en Jeannete van de Oost-Groninger molenwerkgroep aanwezig. We reden met 3 wagens, Jan stapte bij mij in de auto. Het beloofde een mooie dag te worden, met een redelijke wind en veel zon.

Molen O.T. in t Zand

Comfortabel gezeten vertrokken we richting t Zand, in Noordholland, op zoek naar Molen O.T.. Volgens het lijstje wat we hadden gekregen moest die molen aan de Belkmerweg liggen. Mijn navigatiesysteem bleek van mening dat er geen Belkmerweg bestond in t Zand, dus gaf ik in arren moede dan maar 't Zand, centrum' op als reisbestemming. Als we in t Zand zouden zijn kon ik, zo redeneerde ik, altijd nog even navragen.

Jan is onderwijzer en een gezellige prater. Op mij is het cliche van de Zwijgende Noorderling ook al niet van toepassing. Aan gesprekstof geen gebrek: over molens, over de opleiding en over nog veel meer dingen; wij zaten dus monter te teuten, de tijd vloog voorbij. Toch hadden we al 2 uur in de auto gezeten toen we in t Zand - centrum - aankwamen.

Sja, en nu? Waar lag die verdraaide Belkmerweg? Henk Helmantel was achter mij aangereden en ik liep naar zijn auto. "Weg kwiet?" - "Joa..".. Gelukkig bleek Henk Helmantel een vestzakcomputer te hebben waar hij ook navigatiesoftware op heeft en dat systeem kon de Belkmerweg wel vinden. We draaiden de rollen dus om en Henk reed opgewekt weg met mij in zijn zog.

Na 5 minuten gereden te hebben keken Jan en ik verbaasd naar buiten: dit kwam ons wel heel bekend voor.. we kwamen opnieuw langs ons vertrekpunt, maar nu met de neus van de wagen in de andere richting! Henk's navigatiesysteem bleek een hekel aan keren op de weg te hebben en had een keurig rondje door t Zand geplanned. Henk hield zijn gezicht keurig in de plooi en reed, alsof het de gewoonste zaak van de wereld was, richting Belkmerweg, terwijl Jan en ik met een grijns van oor tot oor achter hem aanreden. Mooi toch, die electronica!

Ook mijn electronische juf bleef me verbazen: op de Belkmerweg aangekomen gaf ook mijn display keurig aan dat we op de 'Belkmerweg' reden. Klaarblijkelijk kende ze de weg dus wel, maar volgens mijn systeem lag die weg niet in t Zand. Wie weet ligt Molen O.T. wel net op een dorpsgrens - of is degeen die de kaart in het Becker systeem in heeft gevoerd was wat kippig, wie zal het zeggen..

Henk reed ons linea recta naar het goed adres en stopte bij een karrespoor, wat door het veld inderdaad naar een molen leidde. Een brievenbus gaf keurig het nummer 10 aan, maar de kloeke contouren van - inderdaad - de binnenkruier stelde toch wat teleur: het gevlucht bleek te bestaan uit kale roeden. En Remy's auto, waar ook onze instructrice Gerda in zat, was in geen velden of wegen te zien. Zouden we wel goed zijn? Nog eens de lijst gecontroleerd: daar stond het toch echt, Molen O.T., Belkmerweg 10, t Zand. Nou, dan moest het toch echt goed zijn..

Onze wagens kropen voorzichting achter elkaar aan over het karrespoor, richting molen. Aan het eind troffen we een zomerhuis aan en uiteraard de molen. De molenaar ontving ons vriendelijk, maar wel wat verbaasd: hij bleek van onze komst niets te weten. We raadpleegden samen met hem nog eens onze lijst: ja dat klopt, dat is hier.. Henk Helmantel zonderde zich even af om Gerda te bellen. Leve de mobiele telefonie!

Gelukkig bleek de molenaar ondertussen met plezier wat over zijn molen te willen vertellen. Ik was nieuwsgierig: op de baard zag ik vier letters: links D.P. en rechts O.T. - waar stonden die voor?

Mulders waren vaak zeer gelovig, wist ik en ik verzon: was O.T. misschien een verwijzing naar het Oude Testament? Of betekende het zoiets als "Ons Thuis?" - en wat betekende D.P. dan, Deo Proviste of zo? Welnee, het bleek helemaal niet zo mysterieus te zijn: de polders in de buurt hadden allemaal een letter van het alphabet toegewezen gekregen en deze molen bemaalde van oudsher polders 'O' en 'T'... En dat D.P. betekende gewoon "De Polder" of "De Poldermolen"...

Wij keken eens naar boven: de forse kuip wees op een rollenkruiwerk. De rollen waren van hardhout - azobe - gemaakt, vertelde de molenaar, een bijzonderheid. Het zorgde er wel voor dat de molen uitzonderlijk licht krooit. En hoe zat het met dat kale gevlucht? Gelukkig bleek het geen teken van verval, in tegendeel: de roeden bleken nagelnieuw en waren juist die week gestoken. Klaarblijkelijk was dat zonder kraan gedaan, dus van onder af. Een ladder en de takel die gebruikt waren waren stille getuigen.

De molenaar liet ons nog zien hoe je de waterloop om kon zetten om zowel uit als in te kunnen malen en vertelde dat deze molen een identiek broertje had, molen "P.V.". In de verte konden we die molen zien staan. Of we misschien daar hadden moeten zijn? Inderdaad, zo wist Henk te melden: we waren abuis. De verkeerde molen was op de lijst gezet, het had molen P.V. moeten zijn. We schudden de molenaar de hand en dankten hem voor zijn gastvrijheid. Wat steken met de auto's op het erf en dan het karrespoor weer op, richting Belkmerweg.

Molen P.V. in t Zand

Gelukkig was deze molen nu makkelijk te vinden: de molenaar had het verdekkerde gevlucht in beweging gezet en de molen stond uitnodigend naar ons te zwaaien. Deze keer lieten we de auto's vooraan de laan staan en liepen het stukje. Het was schitterend weer en na al dat zitten in de auto was de beweging welkom.

Zelf ben ik niet zo'n liefhebber van verdekkerde roeden: deze rendementsverbetering heeft als nadeel dat je niet meer makkelijk bij de roeden kunt komen. Vaak wordt de molen er ook wat vlaaggevoelig van. Met name bij een schepradmolen is het zaak de molen goed in de gaten te houden: bij een bepaald aantal endjes draait het scheprad te snel en neemt dan het water mee over de kop. Daardoor valt de belasting deels weg, waardoor de molen nog harder gaat lopen met alle potientiele ellende van dien. De molenaar vertelde ons dan ook dat bij onrustige winden hij meestal permanent bij de vangstok te vinden was. Toch was hij ook wel positief over het systeem: ook bij geringe wind kon je met deze molen al goed malen.

De baard van deze molen week weer aardig af van die van de O.T.: hier stond voor de lettercode P.V. die ook hier aangeeft welke polders er bemalen geen D.P. maar simpelweg 'afd' - van afdeling - op de baard. Zo kan het ook, zal men vroeger gedacht hebben. Elke molen is uniek!

Na de molen gevangen te hebben mochten wij ook binnen rondkijken. Wij moesten een forse stap nemen om over de fundering heen te stappen en kwamen dan in het binnenste van de molen. Daar viel allereerst het waterwiel op: een groot wiel, wat via een as het scheprad aandrijft.

De koningsspil eindigt hier in iets wat ik ken als een rondsel - de lokale molenaar noemde het een schijfloop. Dat rondsel drijft dan weer het waterwiel aan. Mij viel op dat het rondsel veel langere staven had dan nodig zou zijn. Bij korenmolens waar immes ook een rondsel aan de steenspil zit snap ik dat: de steen moet je immers kunnen lichten en dus moeten de staven voldoende lengte hebben om die op- en neergaande beweging aan te kunnen. Maar hier kon van lichten geen sprake zijn... Nee, dat was ook niet zo, legde de molenaar uit: hier was het puur oud-Hollands pragmatisme. De staven kun je namelijk, als ze slijten, verstellen. Je draait ze in eerste instantie een kwartslag rond. Dat kun je dan nog een paar keer herhalen. Als de staven nu aan 1 kant aan alle kanten ingesleten zijn kun je de staven ook nog eens omdraaien en heb je weer vier nieuwe levens voor je staaf.

Omdat de groep zo groot was kon niet iedereen gelijktijdig naar binnen. Dat was zo erg nog niet, want buiten was ook nog het scheprad te bewonderen. De molenaars-in-opleiding vielen bijna in de maalgang, zo diep bogen ze zich bewonderend naar het scheprad. Daarbij toonden ze hun niet onmiddellijk meest voordelige kant aan uw fotograaf die breed grinnikte en uiteraard afdrukte...

Eric Zwijnenberg is de trotse eigenaar van de Wimmenumer Molen. Die molen heeft veel overeenkomsten met deze molen: de gepotdekselde onderbouw, het waterwiel, het scheprad en zo voort. Eric heeft op zijn site een fraaie tekening van zijn molen, ik ben zo vrij geweest een stukje van die tekening te kopieren omdat er zo mooi de constructie van waterwiel, rondsel en scheprad op te zien is, zoals hij ook bij molen P.V. te vinden is.

Wij stonden ondertussen aan de binnenkant met open mond het gebint van de molen te bewonderen. De molenaar had ons al verteld dat er - ahem - wat was geëxperimenteerd met deze molen, maar wat we zagen overtrof onze stoutste fantasie. De legerinsbalken worden niet alleen geschoord middels de bekende korbeel, maar ook middels een .. sja, wat zal ik zeggen .. een leebrok, een omgekeerde korbeel! Die zit dan ook aan de bovenkant van de legeringsbalk. Wonderlijk, maar wel heel solide.

Daarnaast heeft deze molen niet alleen veldkruisen, maar ook - ja, hoe noem ik die dingen nou weer, een standaardnaam er voor ken ik ook al niet .. allah, legeringskruisen: gekruiste balken tussen twee legeringsbalken. De reden voor al dit verherbouwwerk ligt in het gegeven dat de molen oorspronkelijk juist heel eenvoudig was opgezet: slechts 1 bintlaag en per veld een veldkruis. Die constructie is een heel stuk zwakker dan de standaard opbouw van een achtkant. In de loop van de tijd is er dus nogal wat aan het gebint gewijzigd: in vijf velden zijn extra kruisen aangebracht, die legeringskruisen dus en een nieuwe bintlaag met onder- en bovenkorbelen.

De molen heeft overigens maar 1 zolder: de kapzolder. Om daar te komen moet je een steile, lange trap op. Maar wij waagden de klim toch: we waren per slot van rekening ook gekomen om de binnenkruiïng te bewonderen. Hoewel je aan de buitenkant de indruk nog hebt dat de kap niet eens zo groot is, heb je toch ruim voldoende ruimte voor het kruirad. Dat komt omdat de bovenste zolder vrij laag in het molenhuis ligt. Dat moet ook wel, anders zou het kruiwiel niet onder de bovenas kunnen draaien ... [wordt vervolgd].

De held Jozua in Zaandam

De Schoolmeester in Westzaan

De Jonge Dirk in Westzaan

Het Prinsenhof in Westzaan