Logo van Het Maalboek
<< krimpen [urenoverzicht] [06-05-2006] [startpagina] ruimen >>

 tijd 4 uur
 molen Dijkstra
 wie Be Oomkens
 wat Praktijk
 weer 17.8C 1025.00hPa O 3
 werk Zeil voorhangen, opzeilen, afzeilen, krooien, remklep bedienen


Op het duimnageltje klikkend ziet u eindelijk eens auteur dezes - dat heet, de achterkant van auteur dezes. Ik sta in het gevlucht van de Groote Polder en demonstreer de stabiele werkhouding. Die houding kennen is van groot belang voor molenaars, omdat zij bij het voorhangen van hun zeilen in staat moeten zijn om met twee handen te werken. U ziet mij dat sterk overdreven demonstreren door mijn handen in de lucht te steken. Waarom deze afbeelding? Wel, leest u verder..

Het beloofde een prachtige dag te worden: zonnig, warm en de bekende stabiele oostelijke zomerwind. Wat wil je nog meer als molenaar? Ik zoefde in mijn trouwe Volvo zeer tevreden en met de airco zoemend op de achtergrond luchtgekoeld richting Winschoten. Eh.. Winschoten? Alweer? Waarom niet op de GP?

Nou, de Hollandse Molen heeft het er in juni maar druk mee: verspreid over twee dagen wordt maar liefst van vijf potentiele molenaars, verdeeld over twee molens, de maat genomen: Henk Helmantel en Lex van der Gaag zijn in Noordlaren op molen De Korenschoof geplanned, en Remy Strijbosch, Gerrit Tammenga en ondergetekende mogen het op Dijkstra proberen. Mijn beurt komt de 15e juni, 's morgens om 9.30 uur. Spannend! Ik hoop dat "de zenen" - zoals de Groninger zijn zenuwen noemt - me deze keer niet zo erg zullen plagen als bij het proefexamen. Om de kans op goed gevolg wat groter te maken oefenen we nu al op onze examenmolen. Ik was er al eens eerder geweest, zie het verslag van de les van 15 april jl. en de reis ging ook vandaag dus weer naar Sodom.

Aangekomen bleek ik de eerste te zijn. Ik liep wat rond de molen, en omdat het al bijna negen uur was en er nog niemand bij de molen was werd ik wat onrustig of ik nou de goeie molen wel had. Sja, ik dacht het wel: ik zag fokwieken, volgens mij hoorde de buiten de deur staande molensteen toch echt bij Dijkstra, maar ik kon met geen mogelijkheid op de baard de naam lezen, het gevlucht stond er net voor. Zou ik dan toch verkeerd zijn?

Het was toch goed, naar bleek: even later kwam molenaar Nico op het fietske aangereden. "Moi!" riepen we elkaar toe. "Wie mouten nog eevm op Be wachten, dei het sleudel" sprak Nico. En dus wachtten we nog even. Daar zagen we de auto van Jan Kügel statig aan komen rollen. Auto - ik kan beter zeggen: zijn limousine; Jan, die net als ik een Volvo rijder is, had altijd een 240, maar rijdt sinds kort in een mooie nieuwe S60. Die parkeerde hij breed lachend achter mijn S70. Dan reden ook Remy en Gerrit voor - weliswaar niet in een Volvo, maar in een ook bepaald niet kinderachtige Rover. Het leek wel een bijeenkomst van zeiljachteigenaren.. "Joa, kist wel zain woar t geld zit" grinnikte Nico, een blik werpend op zijn fiets. Maar baas boven baas: Be Oomkens, toch verreweg de belangrijkste man in het gezelschap, kwam juist in de verte aanlopen.. "Moi" zegde ook Be "wie zitten nait zunder auto's, zai ik". Nee, inderdaad, grijnsden wij zelfvoldaan. "Doar hebben je aans veurlopig niks aan" grijnsde Be droogjes terug. Nee..

Het gezelschap "eenvoudige molenaars" betrad de molen en beklom de steile trappen. Onderweg passeerde we de graanzolder, dan de zolder waar de waaikast staat en waar je het paard van de pelstain kunt bewonderen om dan op de pel- annex meel- annex stellingzolder uit te komen. Ik trok routineus van het eerste maalkoppel de stenen vrij - dat wordt je immers geleerd. "Vergeet dei andere twei nait!" zei Nico en liet me ook nog even zien dat het touw waarmee je de stenen licht bij deze molen achter een houten klamp die aan de meelpijp zit wordt gehaakt. Dan hangen ze niet in de weg.

We klommen nog een zoldertje en kwamen op de takradzolder. Daar zetten we op 1 na alle stenen uit het werk - dus: we bewogen de rondsels van het takrad af, zie ook het verslag van 15 april, waar ik beschreef hoe dat werkt bij molen Dijkstra. Die ene steen laat men altijd meelopen, al is dat wat tegen de theorie. Immers: een vrijlopende maalsteen belast het taatslager nogal en dan kan dan gaan warmlopen. Toch kiest men er op Dijkstra voor om tenminste enige belasting te krijgen, want de molen heeft fokwieken en loopt heel licht aan. Hij heeft daardoor een wat hollerig karakter, zeker als je onbelast zou draaien.

Op de kapzolder aangekomen verwijderden we de stutten uit het bovenwiel, haalden het gewicht uit de vangbak, verwijderden het leken-kettinkje en controleerden de beet en de smering. Alles in orde. We daalden vervolgens de steile trappetjes voorzichtig weer af. Op de stelling aangekomen constateerden we dat de molen - barst - westelijk stond. Dat werd bijna halfom krooien.. Gelukkig heeft de molen een kruilier met twee zwengels en in keurige ploegendiensten krooiden wij de molen tot hij enigszins krimpend op de wind stond.

"Welke zeilvoering zou jij nou gebruiken?" vroeg Be mij. "Mm.. oostenwind, kracht 2-3, geen stenen in het werk - ik zou vier halfjes nemen" Sja, dat is op zich een mooi antwoord, maar helaas: Dijkstra heeft maar 2 zeilen (en ook nog op de buitenroede). "Dan die twee er maar voor", sprak ik kordaat. Wat bleek: de nieuwe zeilen lagen al binnen - we konden dus ook die zeilen er voorhangen. Zo gezegd, zo gedaan: eerst legde ik de twee vollen voor, daarna haalden we de nieuwe zeilen en begonnen die voor te hangen.

U ziet op de fotostrip hierboven hoe zoiets gaat. Om een wat grotere foto te zien kunt u op de foto's klikken. Overigens, beste lezer, als u wat last heeft van hoogtevrees raadt ik u niet aan de laatste foto al te intens te bekijken. Die drie dinky-toys die u daar helemaal onderaan ziet staan zijn namelijk die eerder besproken luxe bakken, voorwaar toch geen kleine jongens, en Nico, die u heldhaftig het touw ziet vastknopen, zijn been elegant door het gevlucht gehaakt, staat dus grofweg op 20-25 meter boven de grond, met losse handen. Uw fotograaf stond daar trouwens nog een metertje boven, maar ja, ik lag stabiel op de kapzolder, da's geen kunst.

Hoe gaat zoiets dus: het zeil werd eerst uitgevouwen op de stelling, dan zigzag opgevouwen en onder het onderstaande end gelegd. Je knoopt dan het rechter onderhoektouw vast en wel zo dat het zeil met de onderkant netjes tussen de eerste twee heklatten ligt. Nico nam vervolgens het zeil op de rug, trok de bek over zijn schouder en dan voor zich langs en beklom vervolgens het gevlucht, wat u op foto 1 en 2 kunt zien. Ik had ondertussen op de steenzolder een touw gevonden en was naar de kapzolder geklommen, had het stormluik aan de keerstijlzijde geopend en het touw naar buiten gegooid, zodat het op het hekwerk lag, gereed voor Nico om daar dan het linker bovenhoektouw aan vast te knopen. Gelijk een mooie kans om die foto's te maken.

Boven aangekomen luste Nico het zeil met een lits om een kikker om zich wat te ontlasten van het gewicht van het zeil en stak vervolgens met een zwaai zijn been een heklat hoger door het gevlucht, waarna hij de wreef van zijn voet achter de heklat daaronder klemde. Dat is heel griezelig als je het de eerste keer doet, maar daarna weet je hoe stabiel je dan staat en voer je de manoeuvre vol vertrouwen uit. Je staat dan rotsvast en kunt desnoods beide handen gebruiken. Dat is ook nodig: je moet nu het rechterbovenhoektouw met een mastworp vastmaken aan de bovenste heklat. Dat ziet u op foto drie.

Daarbij werd het nodige op- en neer geroepen: "zit-e goud?" en "beetje hoger, Nico" gevolgd door "Hooo! Beetje leger" tot eindelijk het "goud hor!" weerklonk en Nico de mastworp kon leggen en borgen. Hij knoopte daarna het linkerbovenhoektouw aan het uitgegooide touwtje, zodat ik dat omhoog kon trekken en aan de zeilarm kon bevestigen.

Dan haalde Nico voorzichtig zijn been weer terug en klom hij naar beneden, onderwijl de litsen om de kikkers leggend. Bij molen Dijkstra is het overigens zorg om de kikkers die net onder de klampen voor het zeil zitten niet te gebruiken, anders krijg je het zeil er van zijn langzalzeleven niet achter weg bij het klampen.

Ik had ondertussen het het touwtje weer losgemaakt en had nu het linker bovenhoektouw in de handen. Nu begon ook ik een excercitie acrobatiek: je moet dan op de kapzolder staan, naar buiten hangen, het touw door de zeilarm halen en op de juiste lengte vastknopen. Gelukkig hing die zeilarm voor mijn gevoel aardig dicht bij en dus durfde ik het wel wagen. Eigenlijk zou je eerst een stevig touw om je middel moeten knopen en dat dan ergens aan een voeghout of een stevige kapspant vast moeten maken: mocht je uitglijden dan houdt dat touw je nog tegen. Maar in dit geval was de keerstijl een goede steun en, geleund tegen de keerstijl en met het stormmantje tegen de linkerknie gedrukt, stond ik heel stevig. Ik durfde ik het goed aan en stak het touw door de zeilarm, waarna er weer enig op en neer geroep volgde om de juiste lengte te bepalen. Ik kon van boven immers niet zien of er ook plooien in het zeil zaten, dat zagen ze op de stelling des te beter. Toen ik de juiste lengte had legde ik er wat halve steken, maar had vervolgens nog een meter touw over. Sja, wat daar mee te doen? "Om de zailaarm tou draaien!" bulkte Nico van beneden op de stelling naar boven. Ach, natuurlijk.. en zo deed ik dus ook. Nog een halve steek, klaar.

Nadat alle zeilen nu voorhingen trokken we de vang los. Met vier vollen naaide de molen er als een speer vandoor, zelfs met de remkleppen nog open. Dat was natuurlijk ook wel verwacht, maar Be vond het een goede gelegenheid om het vangen met een stevig draaiend gevlucht eens te oefenen. Dijkstra vangt overigens prachtig. En dan zwichten! Terug naar vier lange halven. Dat ging prima, de molen draaide weliswaar vlot, maar niet onverantwoord. Na een tijdje commandeerde Be Oomkens: "en nou naar vier halven!" en zo deden we het ook. Daarna gingen we nog naar twee halven en zelfs toen haalden we nog zestig endjes. Koffie!

Jan bleek juist vandaag 18 jaar getrouwd te zijn - gefeliciteerd - en trakteerde op koek. Lekker. Na de koffie gingen we gezamenlijk door de molen, met name de waaierij had onze belangstelling. Ons waren een paar houten pijpen of kokers opgevallen, die we niet goed konden plaatsen. Be legde uit dat die twee pijpen tussen de pelstenen en de waaikast bedoeld waren om de pelstenen te beluchten, denkelijk om de temperatuur van het product wat naar beneden te krijgen. Als het product te warm wordt is het niet meer bruikbaar, vandaar dat men in meerdere gangen pelt. Je kon met een beluchte pelsteen misschien wel langer pellen, wie zal het nog zeggen? In ieder geval zijn de pijpen bewaard gebleven.

Na afgezeild te hebben bleek het alweer bijna 1 uur te zijn. Snel naar huis, het is verdikke mei en ik heb mijn gras nog niet voor het eerst gemaaid, de schuur moet nog opgeruimd en de auto nog gewassen...