Logo van Het Maalboek
<< krimpen [urenoverzicht] [15-04-2006] [startpagina] ruimen >>

 tijd 3 uur
 molen Dijkstra en Berg
 wie Gerda Koster
 wat Praktijk
 weer 7.9C 1015.70hPa ZZO 2
 werk Kennimaking met de molens


Als je aan Winschoten denkt, denk je aan de Joodse gemeenschap die daar tot aan de tweede wereldoorlog een belangrijke rol speelde. Jaap Meijer werd er geboren - beter bekend onder zijn dichterspseudoniem Saul van Messel. En ook Hendrik Hazelhoff - ook al beter bekend geworden onder zijn pseudoiem Max Dendermonde. Maar als molenaar denk je allereerst aan de 3 molens die we hier vinden: molen Berg, molen Edens en molen Dijkstra. Niet voor niets heet Winschoten immers ook wel de molenstad.

De 3 molens liggen in elkaars zicht en er wordt gefluisterd dat de molenaars elkaar wat graag wat de loef afsteken en er eer in scheppen om hun molen als eerste te zien draaien. Maar vandaag kwam het daar niet van, omdat de "Groote Polder mulders" op werkbezoek kwamen. We waren te gast op molen Dijkstra en molen Berg.

Molen Dijkstra is een forse knaap: de stelling ligt al op 12 meter hoogte en daar torent dan nog het molenhuis met het gevlucht van bijna 23 meter hoog boven uit. Staande in het hekwerk ter hoogte van de bovenste kikker is het dan ook zaak niet al te nadrukkelijk naar beneden te kijken: je staat dan toch op meer dan 20 meter boven de grond. De molen heeft maar liefst zes rondels aan het takrad: er zijn vier maalgangen en 2 pelwerken. Dat het zelfs in zo'n forse molen dan toch nog wel eens wat krapjes wil zijn kun je zien aan de kuipdeksels die gedeeltelijk overlappen.

De molen is voorzien van fokwieken. Fokwieken - ook wel "systeem Fauël" genaamd, naar de bedenker van het systeem - laten een molen vlot aanlopen: bij weinig wind heb je al een forse trekkracht. Maar ja, op zoveel trekkracht is de vang niet berekend en het zou bij forse wind dan ook kunnen voorkomen dat de molen moeilijk te vangen is. Daarom zijn er remkleppen aangebracht. Door achter de molen de bezaan aan te trekken beweegt de spin naar buiten en gaat de remklep open. Het openen van deze kleppen is soms al voldoende om de molen vrijwel tot stilstand te brengen.

Als eenvoudige poldermolenaar moet ik er altijd goed aan denken dat jij bij dit type molen op moet passen de stenen te lichten voor je gaat krooien en dat je ook niet moet vergeten ze weer bij te zetten als je weg gaat. Je kunt als je "voor de Prins" wilt draaien de maalgangen ook "uit het werk" zetten: dat doe je typisch door het steenspilrondsel (of het pelsteenrondsel) van het takrad af te bewegen. Daar zijn heel wat aardige constructies voor verzonnen. Zo ook hier: de steenspil lagert aan de bovenkant in een wervelbalk, die geborgd is met een blok. Je kunt het blok uitnemen, de wervelbalk verschuiven, en dan het blok aan de andere zijde weer inpassen. In het werk zetten gaat uiteraard net andersom. Overigens wordt het takrad in andere delen van het land ook wel "spoorwiel" genoemd, of zelfs, zoals ik recent in de torenmolen in Lienden ontdekte "steenschijf".

Na door de hele molen gekropen en geklommen te zijn dronken we eerst koffie. Met koek, uiteraard. Dat pastte mij bijzonder, omdat ik die morgen wat overhaast het huis had moeten verlaten en het ontbijt er bij in was geschoten. Drie plakken koek en twee koppen koffie later voelde ik me weer een hele Piet, ook al omdat de theorievragen die Gerda stelde me aardig afgingen.

Vervolgens begaven we ons naar Molen Berg, waar we hartelijk werden ontvangen door de molenaar. Deze molen is ook al niet bepaald een kleintje. Het meest opvallende verschil met molen Dijkstra is wel het gevlucht: molen Berg is voorzien van "sulfswichting". Het in Groningen zo gangbare systeem werkt in de praktijk heel aardig - als je je maar realiseert dat de tijd die je bespaart met zwichten en bijleggen deels terug moet worden gegeven aan onderhoud. Al die "klepkes" moeten in de verf gehouden worden, de asjes gesmeerd. En dan nog wil het wel eens gebeuren dat het spul niet helemaal lekker werkt. Zo ook hier. De bezorgde molenaar had met enige schrik geconstateerd dat de klepjes niet meer goed sloten en dat je toch wel heel hard aan de ketting moest trekken om tenminste nog een deel gesloten te krijgen. Waar zou dat nou aan kunnen liggen?

Een expeditie in de kap liet een keurig gesmeerde slee zien, dat kon het haast niet zijn. "Rommel in de as" opperde de een, "trekstang verbogen" opperde ander. Sja, het blijft gokken. Gerrit, die een meer dan gemiddelde interesse voor dit soort problemen heeft, opende een stormluik en stond een tijdje op de windpeluw te balanceren, tegen de horizontale roede geleund, half uit de kap hangend en turend naar de spin. Sja, sja.. kopschraaberij.. wij kwamen er ook niet uit.

Op onze weg naar beneden keken wij uiteraard met belangstelling in de kap rond. Daarbij viel ons de bovenbonkelaar op: de kammen zijn daar geborgd met ijzeren scheerijzers, die nogal fors zijn uitgevoerd en dus een behoorlijk eind buiten de bonkelaar steken. Je moet er niet aan denken dat je bij draaiende molen door die jongens in je been wordt gegrepen.. gelukkig laten molenaars nooit mensen toe in de kap als de molen draait, je moet er toch niet aan denken..

Ook deze molen heeft zowel pelwerk als maalgangen: 3 koppels maalstenen en 2 pelstenen kunnen bij voldoende wind aangedreven worden - uiteraard niet allemaal gelijktijdig, zoveel kracht heeft de wind nou ook weer niet, los van het gegeven dat alleen het pellen al minstens 2 man bezetting vergde. De molen heeft een rijke geschiedenis. Hij moet naar verluid in de zeventiger jaren van de vorige eeuw zelfs nog een tijdje als discotheek in gebruik zijn geweest, een uitermate eigenaardige manier om de jeugd bij het molenaarsvak te betrekken.. Hoewel ik zelf in die tijd toch een aardige "stapper" was kan ik het me (gelukkig, zou ik bijna zeggen) niet meer herinneren. Nou ja, ik kwam ook niet zo vaak in Sodom, zoals Winschoten door Groningers ook wel wordt genoemd, autorijden deed ik in die tijd nog niet, dus was mijn actieradius beperkt tot die van mijn fiets, later van mijn "plof" (bromfiets). Ach, mooie tijden..

Maar ook vandaag waren het weer mooie tijden: kennismaking met 2 mooie Groninger molens, prima koek en koffie en last but not least het gezelschap van mijn collega-molenaars-in-opleiding. Nog wel: het examen nadert nu met rasse schreden. Ik ben benieuwd wanneer we officieel bericht krijgen!