Logo van Het Maalboek
<< krimpen [urenoverzicht] [25-02-2006] [startpagina] ruimen >>

 tijd 3 uur
 molen De Groote Polder
 wie Lammert Groenewold
 wat Praktijk
 weer 0.90 C, 1021.50 HPa, NO 3 bft
 werk Zeilen voorleggen, zwichten, vangen, krooien


Groningen schijnt door een hele stamp virussen en bacillen geteisterd te worden: om me heen kucht, proest, niest en snottert het. Daarnaast rommelt het ook bij veel mensen in de onderste regionen van het lichaam, ik zal u de details besparen..

Met drie schoolgaande kinderen kon het haast niet anders en inderdaad: het overviel mij ook. Gelukkig bleef het hoofd redelijk helder en bleef de schade beperkt tot spierpijn en een zere keel. Sja, wat nu? Ziekmelden is ook zowat - ik doe mijn werk met plezier en was ook weer niet zo ziek dat ik het bed per se moest houden. Maar gelukkig doe ik juist een klus doe die ook prima vanuit huis gedaan kan worden.

Ik werk sowieso graag thuis, maar zeker als ik wat grieperig ben. Het bespaart me reistijd, en ik hoef niet door de kou. Verder kun je desnoods in je kamerjas achter de PC gaan zitten, daar kijkt niemand naar, noch is het van meer dan academisch belang of je wel of niet met een drupneus en een rol WC papier naast je je verhaal in zit te tikken. En je voorkomt ook nog dat je collega's onnodig bloot worden gesteld aan een amice con virae et bacteria.. nee, mooie uitvinding, dat telewerken.

Maar thuis wat programmeerwerk doen of bij de molen hurrie up het gevlucht op en neer draven in een straffe noordooster.. daar zit nogal wat verschil in. Het spande er dan ook om of ik wel of niet voldoende gezond was om bij de molen te komen, deze zaterdag. Ik wilde wel graag: we hebben de laatste maanden eigenlijk de praktijk wat laten versloeren, dat komt door al die examenvoorbereiding en het gegeven dat het 's winters toch vooral theorie is wat de klok slaat. "Mor kovvie drinken zal aal wel lukken" had ik Gerda gezegd, toen ze deze week 's avonds even telefonisch polstte wie er zou komen "of t ook meer wordt wait ik nog nait, ik kiek wel". Nou, ik had geluk: Gerda zou 's morgens lesgeven en Lammert 's middags, ik kon dus kiezen.

Die morgen kwam ik inderdaad moeilijk op gang en dus bleef het bij koffiedrinken met Gerda, Lex en Jacob. Maar tegen de middag leek het een stuk beter, al wilde de stem nog niet helemaal mee. Ik besloot toch te lessen. Die middag was Gerrit er ook en dus waren we met zijn drietjes. De molen was gelukkig al gekrooid door de morgenploeg. Die hadden er nog een behoorlijk werk aan gehad: de noordoosten wind stond die morgen pal achter op de molen. Maar wij kwamen in een gespreid bedje.

Het noordoosten is niet de meest ideale windrichting voor de GP: toch nog wel wat windbelemmering, met name door de gemaalschuur en wat lagere delen van de windsingel om mijn huis. Dus zetten we hoog in: vier vollen. Zwichten kan immers altijd nog. En ja hoor, dat ging prima: de molen maakte zelfs al snel meer dan zeventig endjes. Omdat de wind ook wat hollerig was besloten we te zwichten naar vier lange halven. Maar dat was dan weer wat weinig, en de wind zakte ook nog wat in. "kist toch wel zain dat wiend maiste kracht geft op t oetende" sprak Lammert, achter zijn oor krabbend. "nou komt ol jong ja sikkom nait meer veuroet..".. Anderzijds is dat altijd wel een goed excuus om even koffie te drinken, en zo gezegd zo gedaan.

Tijdens het koffiedrinken, waarbij ik op kano's trakteerde ter ere van mijn griepvirus, hadden we het over een paragraaf in het lesmateriaal die Gerrit niet helemaal goed kon plaatsen: paragraaf 7.2.4.b, de laatste twee alinea's. Wat staat daar [cursief is van mij - HWK]:

  • Wanneer men vier volle zeilen voert en zeer snel moet afzeilen, zwicht men eerst al het zeil op de buitenroede (of de zwakste), daarna pas het zeil op de binnenroede (of de sterkste).

  • Wanneer men na het afzeilen van 1 der beide roeden gedwongen moet stoppen, door onweer of een bui, laat men de molen staan met twee volle op de verticale roede. Geen prettige situatie, maar het is beter dan 1 of twee volle op de horizontale roede. Heeft men zeer weinig tijd, dan 1 end afzeilen en dit boven zetten!

Dit kon ik ook niet helemaal goed volgen. In mijn ogen verkeer je dan als molenaar in ieder geval al in een situatie die je hopeloos verkeerd hebt ingeschat. Want je was in de overtuiging dat je vier volle zeilen moest voeren, wat toch niet echt duidt op een straffe wind, de pelmolen uitgezonderd. En dan plots is er "zo maar" plots zoveel wind dat je de molen eigenlijk op zou moeten bergen? Raar hoor. Jaja, ik weet ook wel dat een zware bui hele rare winden mee kan nemen, maar anderzijds zie je die zware buien kilometers ver aankomen, nietwaar. Ik blijf het dus een raar verhaal vinden.

Maar goed, laten we eens meedenken met de situatie, beter op alles (theoretisch) voorbereid dan niet te weten wat te doen en inderdaad, je zou eens onachtzaam kunnen zijn. Dus, we malen met vier vollen en dan overvalt ons een zeer zware bui, een straf onweer of een onverwachte en zeer plaatselijke storm.

Bij een voor mij onverwacht opdoemend onweer op zeer korte afstand zou ik het wel weten: vangen en de bliksemafleider er aan, waarna ik dan schielijk in de molen verdwijn om de bui af te wachten. Zeker, daar sta ik dan voor joker met vier vollen in het weerlicht, maar versmelten met je molen doe ik liever overdrachtelijk. En om nou vier enden lang al afzeilend het risico op inslag te nemen, met voor molenaar en molen mogelijk fatale afloop.. nee, ikke niet.

Maar in de overige situaties dan? Dan is er dus sprake van een plotseling zeer sterk aanwakkerende wind. Het advies wat ik lees luidt om dan eerst op de zwakste roede te zwichten en dan op de sterkste. Wat een raar advies: dan moet je al met al dus twee keer rond en tussendoor geef je de wind steeds de kans het gevlucht aan een halve rondgang momentum te helpen - ik zou denken dat vier keer een kwart beter was. Maar laten we eens meegaan in het advies, maar uitgaan van de rare situatie dat het me lukt om 1 roede kaal te krijgen en 1 roede niet.

Wat lees ik tot mijn verbazing: je moet met de twee overblijvende vollen verticaal staan. Dat strookt niet met wat ik dacht: namelijk dat het top-end altijd de meeste wind vangt en de molen dus het zwaarst belast - en het is dus zaak om juist dat end kaal boven te krijgen, zou ik zeggen. Iets wat ook nog eens door de 2e alinea hierboven wordt bevestigd! Ik ben nu dus, zoals onze Grieto ooit eens snedig opmerkte "still confused, but now on a higher level"...

We kwamen er ook niet echt uit met zijn drietjes, wie weet hoe het is bedoeld mag het zeggen...

Ondertussen was de wind ook weer wat aangetrokken en terwijl het gevlucht zo rond ging en wij nog wat napraatten over de problematiek rond het nood-afzeilen, meende ik in de verte een brommer of een motor te horen. Het had ook wel wat van een trike: een zwaar, brommend geluid. Maar het viel me op dat die "trike" wel opvallend synchroon met de wind ronkte en dus maande ik de anderen "stil ais, jonges, ik heur wat roars" - stilte, maar verder geen opvallend geluid, dus ging het gesprek voort. Ik bleef alert en hoorde het geluid even later weer, het leek wel van boven uit de kap te komen. Zou er wat tegen de kammen aanlopen of zo? Iemand ergens een latje of balkje verkeerd gelegd met alle risico's van dien? Ik dus de trap naar de smeerzolder op.

Nou, brommen deed het zeker, maar niet constant: een halve omwenteling wel, dan weer even niet. Eerst maar eens vangen: Gerrit rende naar buiten en bediende de vang, wat het brommen acuut deed stoppen. Inspectie. Kammen: beet goed. Losse latjes of balkjes: nee. Rare slijtplekken? Nee, tenminste, niet binnen. Wacht eens even: we weten dat de as van de GP wat naar voren moet worden gebracht, zou het daar aan kunnen liggen? De stormluiken er uit en de koppen ook.. en ja hoor, daar zagen we het al: verse en vrij diepe slijtplekken in het steenbord. De askop loopt daar aan en dan krijg je een soort wrijvingsgebrom. "Wie baargen hom op" besloten we, zo kan het niet verder.

Er moet dus op korte termijn actie worden ondernomen. In theorie moeten we dat zelf kunnen: wachten op windstil weer, de afstand tussen roede en windpeul markeren, een balkje afzagen wat meer als die afstand lang is, namelijk vermeerderd met de afstand die je de as naar voren wilt brengen, dan het gevlucht een klein stukje bewegen tot het balkje (scheef) tussen windpeul en roede past en dan de wiggen van de penbalk wat lossen. Door nu het gevlucht terug te bewegen zal het balkje als hefboom gaan dienen en de as komt dan naar voren - in theorie, tenminste. De wiggen dan weer aanslaan en borgen en klaar is Kees. Mooi verhaal, in theorie, maar ik heb het nog nooit gedaan en zou het bij voorkeur aan de molenmaker over willen laten. Gerrit wist nog te vertellen dat het ook wel eens werd gedaan door een dommekracht of krik tussen korte spruit en pen te zetten, dan de wiggen te lossen en de krik op te draaien etc.

In ieder geval gingen wij dat vandaag niet meer doen, daar was het te laat voor. Wij zeilden dus af en krooiden de molen op een westelijke richting, waarna wij welgemoed huiswaarts togen. Ik nog wat kuchend..