Logo van Het Maalboek
<< krimpen [urenoverzicht] [05-11-2005] [startpagina] ruimen >>

 tijd 3,5 uur
 molen De Groote Polder
 wie Gerda Koster
 wat Praktijk en theorie
 weer ZW 34
 werk Zeilen voorleggen, afnemen, krooien, examenvoorbereiding


Bij aankomst mocht ik molenaar zijn. De kap in, de boel controleren, stut er uit, lekenketting er af, smering controleren. Mm, binnenkort weer eens een emmertje reuzel naar boven sjouwen, het smeerkistje is alweer bijna leeg. Nog een blik op de beet - nog steeds prima. Naar beneden, bliksemafleider er af, krooien. De molen stond westzuidwest, een klein stukkie krimpend om dus. Remy en Gerrit wilden de molen nog wat meer krimpend op de wind zien dan ik wilde, naderhand gaf ik ze gelijk, de wind was tegen ZZW aan.

Ik wilde met blote benen draaien: we hebben immers geen water, de zuidwestenwind trekt meestal in de loop van de dag nogal aan en de Groote Polder loopt, alstie eenmaal warm is, redelijk soepel. "Wel t dut mout t waiten" zegde Gerda en dus toog ik aan het werk. Eerst enig gehannes met het gevlucht: de wind was nog niet sterk genoeg om de koude molen spontaan rond te krijgen en dus moest de haak er een paar keer aan te pas komen. Maar uiteindelijk zaten de windborden er in. Nu constateerden we dat die blote benen niet voldoende waren, de molen kwam niet spontaan rond. Ik wilde de oude jongen wat op gang helpen, uit ervaring weet ik dat de GP meestal aardig opfleurt alstie een zetje heeft gekregen en de reuzel wat warm begint te worden. Maar Gerda keurde het af: "n schietboudel" vond ze. Goed, dan op 1 roede lange halven bijgelegd, op de binnenroede, zoals dat hoort.

Ik smijt normaliter de zwichtlijnen met zijn drieën tegelijk om de roed. Dat gaat nog wel eens mis en dan moet het over, soms zelfs 2 keer. Dat kost tijd en het komt ook wat knullig over, dus heb ik besloten om, zo met het toelatingsexamen voor de boeg, ze weer "gewoon" 1 voor 1 om te gooien. Als ik mijn mulderspapiertje eenmaal heb kan ik hopenlijk nog jaaaaaaren lang oefenen om die drieslag perfect in de vingers te krijgen. Hooooo... toelatingsexamen?

Ja - op 10 december 2005 staat deze jongen op de lijst. Samen met Henk Helmantel en Lex van der Gaag gaan wij op molen Zeldenrust in Westerwijtwerd proberen aan te tonen dat we in het voorjaar het landelijk examen af kunnen leggen. Spannend!

Maar goed.. de zwichtlijnen dus. De lange halven leg ik er vlot op, tegenwoordig. Vlot - ja, daar ontstond nog een aardige discussie: hoe vlot moet het eigenlijk? Daar verschillen de meningen over, zoals trouwens over zoveel in de molenwereld. Moet je nou driftig op en neer draven op je stelling, tussen gevlucht en vang, omdat elke seconde die de molen stilstaat economisch onverantwoord is? Of is het beter in alle rust de zeilen voor te leggen?

Ik ben een voorstander van de drie V-tjes: vlot, jawel, maar vooral verantwoord en veilig. En dus zul je mij niet vaak zien rennen: als ik moet rennen heb ik al iets fout gedaan, stel ik. Een molenaar die als een malloot om zijn molen draaft kan mogelijk een minuutje eerder draaien dan zijn rustiger evenknie - maar de kans dat hij op snotgladde stellingdelen, algenrijke heklatten of glibberig maaldek zijn haastige nek nog eens breekt is een stuk groter.

Maar goed, je hoeft er ook weer niet een slow-motion vertoning van te maken. Als je niet veel moet krooien of smeren dan is het goed te doen om in een half uurtje de molen draaiend te krijgen, zelfs als je aardig wat zeil voor moet leggen. Zo ook vandaag.

Nadat de lange halven er voor lagen maakte de molen al snel 60-70 endjes. Een mooie snelheid om te vangen. "Leg er nog moar n volle bie" zei Gerda. "En wel op n leeg end." Binnensmonds mopperend over zo'n rare zeilvoering deed ik gehoorzaam wat mijn leermeester mij beval. Idioot gezicht en ook nog het meeste zeil op de buitenroe.. bah. Maar het was dan ook niet de bedoeling dat we zo zouden gaan draaien: "Loat hom mor vief keer rond goan, din vangst hom!" beval Gerda. En zo deed ik het dan ook. Het vangen met een fatsoenlijke wind is met de GP een stuk eenvoudiger dan bij matige wind: je kunt de vang er gewoon op laten vallen en hoeft alleen tegen het eind wat te lichten, om het beruchte schudden van het gevlucht te voorkomen. Bij matige wind vereist dat meer "fingerspitzengefühl".

Nadat ik al het zeil er weer af had gehaald mochten ook de andere kandidaatmulders - ook Remy en Gerrit gaan binnenkort hun toelatingsexamen doen - hun vaardigheden nog eens tonen. Maar eerst was het koffietijd.

Bij de koffie vertelde Gerrit dat Marius Biesheuvel bij de molenmaker navraag had gedaan hoe het nou zat met die roeden die niet centraal in de askop steken. Wel, volgens de molenmaker bleek dat niet alleen te kloppen, maar ook zo bedoeld te zijn. De askopgaten zijn niet letterlijk vierkant, beweerde deze molenmaker, maar aan de wigzijde van de roeden is het askopgat ook voorzien van een V-vormig profiel, waardoor de wiggen (nog) beter klemmen. Aha.

Gerda stelde vervolgens allerhande theorievragen: zo met het toelatingsexamen voor de boeg worden wij geacht de kap-, vang-, achtkant- en stelling-onderdelen routineus op te kunnen dreunen. Ook de gevluchten, het gaande- en staande werk, het moet nu gesneden koek zijn. En dat is het zo langzamerhand ook, al kan oefening nooit kwaad. Waar ik nog het meest tegenaan zie is die verdraaide weerkunde: ik kijk nooit verder dan een uur vooruit, naast wat ik van de weerdiensten heb geleerd. Of dat voldoende is.. ik twijfel. En het Gildeboek maakt me in dit opzicht niet echt veel wijzer, vrees ik. Afijn, "moud hollen". En de windroos nog eens goed uit het hoofd leren.

Nadat ook Remy en Gerrit de kans hadden gekregen om te laten zien dat ze minstens net zo goed als uw auteur zeilen konden voorleggen en wegnemen en meesterlijk de vang bedienen borgen we de GP op en gingen we nogmaals de molen in. Gerda vuurde nu een groot aantal examenvragen op ons af, die we collectief prima wisten te beantwoorden. "Joa, mor t is nog aal collectief" merkte Gerrit op. Hij heeft gelijk. Maar ik heb eerlijk gemeten hoeveel van de antwoorden van de anderen ik ook zou hebben gegeven en al met al denk ik dat we er inderdaad wel aan toe zijn, aan dat toelatingsexamen. De komende weken nog extra goed met de kop in de boeken, aanstaande zaterdag doen we weer theorie en dan komt de hele stof nog eens aan de orde, heeft Gerda beloofd. Mooi waark!

Afsluitend: de trouwe lezer van Het Maalboek heeft het mogelijk al gemerkt: de lesverslagen komen wat minder regelmatig on-line dan u gewend was. Dat komt omdat ik een hele drukke periode heb op mijn werk, de afgelopen week ook nog ziek ben geweest en omdat de voorbereiding op het toelatingsexamen voor alles gaat. Maar ik hoop toch tenminste het verslag van ons bezoek aan De Fram deze week on-line te krijgen, dat was ook een leerzame dag.