Logo van Het Maalboek
<< krimpen [urenoverzicht] [03-09-2005] [startpagina] ruimen >>

 tijd 3,5 uur
 molen De Boezemvriend
 wie Hans Bergman
 wat Praktijd
 weer Wind: O..NO 2-3
 werk kruien, opzeilen, afzeilen


Het kwam buitengewoon goed uit dat we vandaag bij Hans Bergman ingeplanned stonden - op de GP kunnen we momenteel immers niet draaien in verband met de gescheurde vangbalk. Op de achtergrond wordt al hard gewerkt aan het herstel, getuige een mailtje wat we van Lammert Groeneveld, de secretaris van de Slochter Molenstichting, mochten ontvangen. "We proberen het nog voor de monumentendag te repareren" schreef hij ons. Dat is vlot, dat strekt tot blijdschap.

Ik was als eerste bij de molen en had dus even tijd om het ANWB bordje te lezen wat voor de molen staat. Daar staat op:

Poldermolen Waterschap Zuidlaren; "De Boezemvriend" Type: achtkante bovenkruier; Vlucht: 20.10 meter Gebouwd in 1871 door molenmaker P. Medendorp. In 1934 omgebouwd voor electrische bemaling van de polder In 1990 volleidg gerestaureerd tot maalvaardige molen. Geschikt voor hulpbemaling voor het waterschap "De Oostermoerse Vaart". Eigendom van de gemeente Zuidlaren.

Overigens woont een (achter?)kleinzoon van die P. Medendorp in het huisje naast De Wachter. Op het duimnageltje zie je De Wachter, gezien vanaf De Boezemvriend. Ik zag De Wachter zo rond een uur of negen al vrolijk 40-50 endjes maken - zonder zeil, die fokwiekjes zijn toch een mooie uitvinding. Maar helaas, wij konden het wel vergeten. De oostenwind was voldoende krachtig, maar De Boezemvriend is geen stellingmolen en juist ten oosten er van ligt een compleet bos. Heel mooi, heel Drents, daar niet van, maar ik had daar liever een fraai Drents heideveldje gezien...

Maar ook op een andere manier heeft de molen problemen met rondkomen, ontdekten we: pal naast de molen staat een gemaal en dat ding is voorzien van een hijskraantje om rommel voor het krooshek weg te kunnen hijsen. Op zich een leuk ding: het kraantje werkt helemaal automatisch en pakt takken, drijfhout en wat dies meer zij voor het krooshek weg en gooit dat dan in een betonnen bak. Het kraantje loopt over een rail die tussen gemaal en molen loopt. Aan de molenkant wordt de rail gestut door een stalen stander. En die stander staat - je gelooft het toch niet - zo dat de molen, als hij op het noordoosten staat, met het gevlucht op die paal zou slaan. "Joa, man" bromde Hans wat ontstemd "dat ding is er gekomen toen de molen in verval was en niemand nog dacht dat-ie ooit weer gerestaureerd zou worden. En nou halen ze hem natuurlijk niet weer weg." We krooiden desondanks de molen maar op de wind en wel zo dat-ie juist voor de paal langs zou draaien.

Daarna werd door Hans, met enige assistentie van Gerrit, de molen uit het werk gewrikt. Zoals bekend wordt op deze molen een door molenmaker Doornbosch uitgedoktert systeem gebruikt: je wrikt de zwaaibalk met een soort lang breekijzer naar achteren. Deze keer kon ik nog net - de batterijtjes van het fototoestel waren leeg - een foto schieten van deze opmerkelijke techniek.

Het was een hele mooie morgen, eigenlijk raar: na een totaal verregende zomer krijgen we nu, aan het begin van de meteorologische herfst, eindelijk wat beter weer. De zon straalde, de lucht wat bijna strak blauw. In de boezem lag, vlak voor de molen, een bootje. Daar bevonden zich een heer en dame op, die, toen ze al die bedrijvigheid bij de molen zagen, hun dekstoeltjes omdraaiden en er eens voor gingen zitten. Regelmatig kwamen ploegjes fietsers langs die dan stopten om te kijken wat wij daar deden en van de gelegheid gebruik maakten even een bezoek te brengen aan het bij de molen gelegen toiletgebouwtje. Afijn, we hadden bekijks genoeg.

Dat kwam me even later helemaal niet zo goed uit. We zeilden om beurten een end op en ik was zojuist aan de beurt geweest. Nou staat er om de molen een hekje, wat wel wat lijkt op de balie van een stellingmolen, met van die achterover neigende paaltjes. Ik ging op dat hekje zitten, terwijl Gerrit het volgende end opzeilde en keek vergenoegd naar de bedrijvigheid op het water. Er was zojuist weer een nieuwe ploeg fietsers aangekomen die ook aandachtig keken naar wat we deden. Daaronder een paar mooie jongedames, waar ik ook al met genoegen naar keek. Daarna draaide ik mijn hoofd weer richting molen en juist op dat moment hoor ik Hans roepen "Henk! Kiek oet!".. te laat: *BATS* - ik kreeg een klap van de molen..

Wat was er gebeurd: Gerrit had zijn end opgezeild en de vang gelicht. Daarna was hij naar voren gelopen en had het end een zet gegeven - de wind was met al die windbelemmering niet sterk genoeg om het gevlucht rond te krijgen - en ik bleek precies in de lijn van het volgende end te zitten. Nou ging dat gevlucht maar amper rond, maar toch krijg je dan nog een stevige tik, ik heb nog een beurse plek om de kop. Je moet er verdikke niet aan denken dat zo'n molen wat harder loopt als jouw kop in de weg zit - ik denk dat je dat niet overleeft en dan hoeft het dus helemaal niet zo hard te gaan. Laat ik hopen dat ik door deze schande en schade wat wijzer wordt..

De moraal van het verhaal: prima dat je van het natuurschoon wilt genieten als je op de molen bent, maar hou de kop er wel bij.. eh.. nou ja, u weet wel wat ik bedoel. De heer en dame van het bootje en die fietsers zullen vast nog tot in lengte van jaren op verjaardagen het verhaal vertellen van die onnozele molenaar die daar op dat hekje blij zat rond te kijken naar van alles en nog wat, maar niet naar de molen. Foei.

Nadat ieder er van overtuigd was dat ik geen permanente schade had opgelopen vervolgden we onze les. Uiteraard moest ik, iedere keer als iemand de vang lichtte, wel even aanhoren "Kiek oet hor Henk, vang is der oaf" of trok een medeleerling me bij mijn mouw naar achteren als de vang werd gelicht, ongeacht of ik nou wel of niet in de buurt van het gevlucht stond. Dat krijg je er nou van..

Elke molen heeft zo zijn eigen aardigheden en een leuke van deze molen is dat het kampaltouw aan de vangketting is vastgeknoopt. Dat is gedaan om de ketting naar boven te kunnen trekken, wat een goede preventieve maatregel is tegen vandalisme. En het is ook handig, omdat je, mocht je het bekende tok-tok-tok horen als je de vang licht, je al met het kampaltouw in je handen staat. De molen heeft overigens ook een windwijzer, die bovenop de vlaggestok staat.

A propos windwijzer: ik ben druk bezig met het selecteren van een weerstation en denk dat het een Davis Vantage Pro (plus) zal gaan worden. Dat is een draadloos weerstation wat zijn energie betrekt van de zon - je hoeft dus geen batterijtjes te wisselen of draden door de molen te trekken. Ik zou - gegeven toestemming, uiteraard - dat station dan op het eind van de vlaggestok van de GP kunnen monteren. Zo'n station geeft draadloos signalen door betreffende windriching, windsnelheid, luchtdruk, regenhoeveelheid, temperatuur en luchtvochtigheid. En als je wilt ook de hoeveelheid zonlicht en UV straling. Die gegevens komen dan draadloos aan op mijn computersysteem, waar ik ze dan opsla en periodiek verwerk. Zo kan ik ze ook op de website terecht laten komen. Ik hou u op de hoogte!

We oefenden het voorleggen van lange halven en het maken van de diverse knopen. Het mocht allemaal nog wel wat vlotter, meende Hans. "Joa, ie mouten straks veur t exoamen en din mout t vanzulf wel vlöt goan". Onder het werk door vroeg Hans ook nog allerhande dingen: of je op een poldermolen wel of niet kon kruien als je nog niet in de kap was geweest, of de kruidraad altijd links moest gelegd worden, noem eens wat eigenschappen van een oostenwind en zo voort. Zo wen je alvast wat aan wat men op het examen ook allemaal kan vragen. Zo vloog de tijd voorbij en voor we het wisten was het alweer tijd de molen af te zeilen. Hans, bedankt en tot een volgende keer!