Logo van Het Maalboek
<< krimpen [urenoverzicht] [23-07-2005] [startpagina] ruimen >>

 tijd 3,5 uur
 molen De Groote Polder
 wie Gerdat Koster
 wat Praktijk en theorie
 weer Wind: W 3-4, bewolkt
 werk Theorie kapinspectie, praktijk: zeilvoering, vangen.


Vandaag was Wim Jans bij ons te gast. Wim - u ziet hem op het duimnageltje hier rechts - is vaker onderweg met zijn fototoestel en maakt onder meer foto's voor de molendatabase. De foto die men bij de molendatabase heeft van de Groote Polder is door hem gemaakt. Wim kwam met een missie: al tijdstijden proberen we er achter te komen welke roeden er in de Fraeylema zitten. Sja, dat had ik ook al eens aan Roelof Beugel gevraagd, maar we komen er maar niet uit. Roelof kwam gelukkig vandaag ook nog even langs, net toen Wim er ook was. Ik heb ze uiteraard even aan elkaar voorgesteld en ze waren al snel in een geanimeerd gesprek.

Het was een wat ongebruikelijke zaak: we lestten deze keer niet 's morgens, maar 's middags. Dat merk je gelijk: de wind is 's middags vaak wat sterker dan 's morgens. Het was een voor het gevoel straffe westenwind, die wat onrustig was. Hij kromp af en toe, ruimde dan weer tot hij weer uit het westen kwam - gedrag wat je wel vaker ziet als er een bui langstrekt. Dat de wind minder sterk was dan ik dacht bleek later op de dag wel, toen ik aardig miskleunde met het vangen. Maar daarover straks meer.

De schilders zijn zo te zien nu helemaal klaar, al staat het "gemak" nog wel voor de molen. Het luikje is ook keurig geverfd, kijk maar eens. Maar er hangt wel een soort tochtstrip onder het luikje te wapperen in de wind volgende week eens kijken of ik dat ding kan vastzetten of weghalen. Zelfs de tranen aan onze vangketting zijn van een kleurtje voorzien: ze zijn nu trouwens rood, waar ze eerst wit waren. Ik weet niet of dat de opdracht was of dat het dichterlijke vrijheid van de schilders is geweest...

Onze opdracht voor vandaag was: les zeven in het leerboek doornemen. Dat gaat over de praktijk, de zaken die je dag en door in de molen doet. Daar paste ook ons programma van vandaag bij: we moesten allemaal de molen snel en goed opzeilen en daarna weer opbergen. Gerda had de zeilvoering bedacht: 2 lange halven en 2 vollen. Uiteraard de vollen op de binnenroede en de lange halven op de buitenroede, zoals ons dat is geleerd. Remy was als eerste aan de beurt. Het ging allemaal van een leien dakje, tot op een gegeven moment het steekbord onwrikbaar klem kwam te zitten. Wat bleek: Remy had per ongeluk bord nummer 4 op end nummer 2 gestoken. Die dingen zijn echter alle vier verschillend en juist 2 en 4 passen op de GP voor geen meter. Het kostte heel wat moeite om dat bord weer los te wrikken, zoals je op de grote foto kunt zien. Maar uiteindelijk, na een kort schietgebed en een fikse klap lukt het Peter het ding weer los te krijgen. Uiteraard konden we niet laten die arme Remy er mee te plagen.. "Joa" grinnikte Gerrit "kist ja ook hoast nait zain welk bret bie wat end heurt".. het was immers Gerrit geweest die een paar weken geleden juist om die reden de borden en enden had voorzien van helderwitte, levensgrote cijfers. Maar de molenaars van de GP zijn nooit rancuneus en Remy kon het wel waarderen. We maken immers allemaal wel eens een fout, dat hoort bij het leven. Toen de molen op was gezeild trok Remy de vang los en daar ging de oude jongen. De wind trok aan en opnieuw lukte het de maalgang nat te krijgen, zij het niet zo mooi als verleden week. We gingen koffie drinken.

Remy bleek een prachtig boekje bij zich te hebben: een boekje van Ad Plomp, getiteld "Zo gaat de molen - een reis langs molens voor kinderen". "Voor jou" lachte Remy "Je zoon stond verleden week zo geïnteresseerd in de molen te kijken, ik dacht dat dit wel wat voor hem zou zijn". Inderdaad, bedankt, Remy! Het boekje van Ad geeft een mooie doorsnede van het muldersvak, leert kinderen op een niet kinderachtige wijze de diverse molenonderdelen kennen en geeft tips om zelf aan het werk te gaan met molens. Zie ook de mooie website van Ad: http://www.adplomp.nl/zogaatdemolen. Na het koffiedrinken vroeg Gerda ons naar de zaken die je in de kap inspecteert als je op een vreemde molen komt. Nou, het halslager, of daar ook scheuren inzitten. Is de as verzakt? Hoe zie je dat dan: de beet van de kammen! En je kijkt of de smering van de as wel gelijkmatig verloopt. Je moet natuurlijk ook de kammen controleren: zitten die niet los? En de wiggen: zijn ze niet te droog, zodat de boel los ligt? Met name de wiggen van de penbalk zijn dan van belang. Ook de vang: zit er geen rommel tussen de vangstukken en het bovenwiel, lopen de vangstukken niet te dun, slijt de vang ergens aan? En natuurlijk de vangbalk en de ophangconstructie van de balk: zit de ezel goed vast, knaagt de vangbalk niet in de ezel, ligt de vangbalk niet te dicht bij de vloer, is het sabelijzer wel goed en is de pen die door vangbalk en sabelijzer wordt gestoken niet sleets? Ook de ophanging van de vangstok: is de haak nog goed, zijn de kettingen nog stevig? En je kijkt ook even naar duim en haak of de klink. En ook, of de kruivloer vlak is en er geen rommel op ligt. En of hij goed is gesmeerd, natuurlijk. Afijn, heel veel zaken. "Bist der wel n dag mit bezeg as t goud doun wilst" merkte Peter op. En inderdaad, als je op een vreemde molen komt, dan kost het best veel tijd om alles te controleren. Zelfs op je eigen molen zie je soms dingen waarvan je dan denkt "Hee, was dat verleden week ook al zo?" - vaak wel, maar het was je nog niet opgevallen. Zo hebben wij verleden week immers ook ontdekt dat er een scheur of groef in onze kruiring zit.

Remy ging eerst afzeilen. Onderwijl dook Gerrit de sloot in. Eh.. niet letterlijk, natuurlijk: hij greep een vork en daalde de wal af tot hij bij het maalgat kon. Met de vork trok hij hele bossen waterplanten en takken de wal op. "Sloten schonen - man wat heb ik dat vrouger mit ol heer voak doan" riep hij van beneden. Peter en ik stonden hem een paar meter hogerop aan te moedigen.

Even laten stond de molen weer afgezeild. Nu ging Peter aan het werk. Hij bracht het er keurig van af en het ging ook vlot: ruim een half uur. "Mor t zwait stait mie nou ook op kop" grinnikte Peter, blij dat het zo vlot was gegaan. Dan was de beurt aan mij.

De wind bleek toch niet zo dicht als ik had ingeschat: toen ik het eerste end op had gezeild en de vang lichtte bleek de GP niet veel zin te hebben en bleef weer eens staan. Ik draafde naar voren, duwde en ja hoor, daar ging-ie. De overige mulders zaten breed lachend op het hekje naar mij te kijken: Gerda had hen strikt verboden om me te helpen en het is altijd een mooi gezicht om een molenaar een wedstrijdje met het gevlucht te zien houden. De reden dat ik geen hulp kreeg is dat ik in de toekomst immers de molen toch ook alleen moeten kunnen draaien. Na nog een paar van die wedstrijdjes zaten er drie zeiltjes voor en toen ik de vang na end nummer 3 lostrok bleek de wind nu wel sterk genoeg te zijn: de enden maakten flink vaart. Vangen dan maar. Maar dat ontkwam me, voor het eerst in mijn hele opleiding. Ik meende werkelijk de vang gelost te hebben, maar had niet voldoende snel aan de vangketting getrokken. Het gevlucht kwam schuddend tot stilstand, een gruwelijk gezicht voor elke molenaar. "Hai" steunde ik, staande bij de vangstok "wat du ik nou din.."

Een beetje besmuikt liep ik weer naar voren om het laatste end op te zeilen. Kijk, dan kun je toch zien dat we een mooi team zijn: Iedereen had het natuurlijk wel gezien, maar keek onschuldig voor zich uit en wilde er eigenlijk duidelijk niets van zeggen. "Dat ging nait goud" mopperde ik - "Nee" klonk het collectief, opgelucht dat ik er zelf mee kwam. "Och" zei Roelof "Zagst het ja zulf, dat is het belangriekste" Maar echt lekker voelde ik me niet en helemaal goed snappen deed ik het ook niet: hoe kon het nou dat de GP me zo voor de gek hield?

Gerda kwam met een verklaring: de wind leek weliswaar krachtig te waaien maar was - zoals Roelof dat noemt - "ondicht". Die dunne lucht heeft niet veel kracht. Daardoor is de kracht op het gevlucht veel minder dan je denkt en als je dan vangt moet je eerder lossen dan normaal om te voorkomen dat de vang bijt. En daar had ik me zo te zien duchtig op verkeken. Toch ben ik voor alle zekerheid ook nog even in de kap gaan kijken, waar Wim Jans me vergezelde om nog wat foto's te maken. Maar de vang bleek prima te werken, het was gewoon mijn eigen fout geweest.

Al met al bleken we allemaal in staat op de molen binnen een half uur op te zeilen. We worden er steeds handiger in. Volgende week weer op de gewone tijd les - en sommigen onder ons moeten dan het vangen toch nog maar eens duchtig oefenen..