Logo van Het Maalboek
<< krimpen [urenoverzicht] [25-06-2005] [startpagina] ruimen >>

 tijd 3 uur
 molen De Onrust
 wie Sietske Bezema
 wat Praktijk
 weer N 3-4, bewolkt, (onweers)buien
 werk Zeilvoering, kruien, vangen.


Gerda was met het tweede team op excursie en daarom hadden wij vandaag les in Oude Pekela, op de fraaie, hoge stellingmolen "De Onrust". Een zeer fotogenieke molen. Ik had dan ook spijt als haren op mijn hoofd dat ik mijn trouwe metgezel thuis had laten liggen.

Dat was allemaal zo gekomen omdat ik een probleem had met de computer waar ik normaliter Het Maalboek op aanmaak. Het bleek te gaan om een defect op de harde schijf. Ik zal u de details maar besparen - we hebben het op Het Maalboek liever over molens - maar de herstelactie kende een lange doorlooptijd. En ik wilde dit weekend toch graag Het Maalboek bijwerken. Daarom was ik vanmorgen extra vroeg op om aan het probleem te werken. De tijd vliegt als je met dit soort dingen bezig bent en toen ik op de klok keek was het al de hoogste tijd om naar de les te gaan. Ik schoot dus net even te haastig de deur uit - met als gevolg dat ik mijn fototoestelletje thuis liet liggen...

Er was anders genoeg fraais te zien in Pekel, zoals de Groningers Oude Pekela noemen. De molen is een korenmolen annex pelmolen en staat op een hoge, ruime stenen onderbouw. De molen heeft vooral door die ruime stenen onderbouw veel ruimten: de begane grond (met 2 toiletten en een kantoortje), 2 zolders, de maalzolder, de steenzolder, een overstap ter hoogte van het luiwerk en tenslotte de kapzolder. Je moet dus eerst nogal wat trappen op voor je op de stelling staat. Ook hier heeft men ARBO-technisch het nodige gedaan: de trappen zijn voorzien van zowel leuningen als ook touwen waar je je aan kunt vasthouden en het takrad is keurig afgeschermd door middel van een rondgebogen plank. De trapgaten zijn deels van luiken voorzien, met name in de kap geen overbodige luxe.

Wij werden hartelijk ontvangen door Sietske Bezema en Dirk Meter. Het was ook wel nodig dat we 2 instructeurs (m/v) hadden, want de ploeg was groot. Naast de 4 uitwijkmulders van de GP waren ook Joop en Joep aanwezig. Daarom splitsten we. Ik bleef met Dirk, Joep en Remy op de stelling, de rest ging met Sietske mee naar boven.

Dirk wilde weten wat ik voor zeilvoering zou gebruiken. Ik schatte dat de wind nog wat zou aantrekken en adviseerde om 4 halven of lange halven voor te leggen. "Make it so" zei Dirk in zijn beste Gronings en dat probeerde ik dus. Maar dat was nog niet zo makkelijk als ik had gedacht. Eerst had ik nogal moeite het zeil uit de bovenste klamp te krijgen. Op "De Onrust" is de bovenste klamp recht en lang en omdat het gevlucht ook nog net even voor het vertikaal staan was gevangen - een beetje in de vreugd, zeg maar - lag het zeil daip in t nust. Maar na enig proberen en vooral een goed advies van Dirk lukte het toch. Mooi, nu voorleggen. Het end in.

Het gevlucht loopt nogal ruim boven de stelling langs, je moet om in het hekwerk te klimmen een reuzestap nemen om de onderste heklat te bereiken. En dat hekwerk was snotglad: het had geregend (en het regende af en toe nog) en juist de hekkens van het end waarop ik zeil voor mocht leggen had ook nog wat mosafzetting. Voorzichting naar boven dus. Ik heb maar niet naar beneden gekeken toen ik klom: je zit toch een kleine 20 meter boven de grond als je bovenin het hekwerk staat...

Maar het lukte. "Wat zou je nou doen als dat onweersbuitje daar in de verte dichterbij komt?" vroeg Dirk me. In het zuiden rommelde het gedurig. "End leegmaken, boven zetten, molen stilzetten" zei ik. "En de bliksemafleider er op" observeerde Dirk. Heu.. schuifel, schuifel.. inderdaad.. - bloos...

De molen werd nu door de andere kandidaten verder opgezeild en de vang kwam er af. Dat ging aardig: 50-60 endjes. Dan eerst maar eens koffie drinken.

Na de koffie draaiden we de rollen om: wij gingen de kap in en groep 2 de stelling op. Onderweg passeerde we ook de maalstoel, die open bleek te liggen. Dirk vertelde hoe het stellen van de neuten in de steen ongeveer in zijn werk ging Overigens; als je de link bovenin de pagina aanklikt kom je op de molendatabase terecht, daar kun je ook een foto vinden van wat wij aantroffen.

In de kap vroeg Dirk naar benamingen: wat is dit? - een poortstok. Waar dient-ie voor? Om de krachten op te vangen die op de busdeur werken. Okay, mooi. Dan een strikvraag: waarom ligt de bovenas hier zo dicht op de lange spruit? .. eh.. eh.. hakkel, hakkel. Ja, verroest, inderdaad: daar kon ongeveer nog een vloeitje tussen, meer niet. Zou de boel soms verzakt zijn? Ik ging door de knietjes en inspecteerde de beet van de kammen: nee, dat was goed. Eh.. dan kon het niet anders of de spruit moest naar boven zijn gekomen. En inderdaad, zo was het: bij de renovatie is indertijd de oorspronkelijke bevestiging van de lange spruit op de voeghouten hersteld: middels bouten met scheerijzers er door. Die scheerijzers zijn metalen, langgerekte driehoeken, net een poot van een schaar, de naam is dus niet toevallig bijna hetzelfde. Door de balken steek je een metalen stang met een kop die op een plaat ligt. Aan de ander kant van de stang komt ook een plaat en door de stang heen sla je dan dat scheerijzer, waarmee je de boel borgt.

De molenmaker had geadviseerd het anders op te lossen: deze constructie blijft vaak niet voldoende sterk te zijn. Het historisch besef won het van het pragmatisme en de bout-met-scheerijzer constructie werd dus toch aangebracht. Helaas had die molenmaker gelijk. Het moet dus nu alsnog op een andere manier opgelost worden.

Dirk vroeg vervolgens nog naar de diverse houtsoorten die in de kap werden gebruikt. Daar blijk ik toch nog een kennisgat te hebben. Ik wist wel wat, maar het meeste toch niet. Ik wist dat er veel eiken in de kappen werd gebruikt, bijvoorbeeld voeghouten en spruiten. Hier was de lange spruit ook vervangen en ik herkende de bilinga omdat we die in de GP ook hebben. Verder wist ik nog te verzinnen dat de neuten die de tap op de goede plaats houden van pokhout zijn. Welke eigenschappen dat hout heeft wist ik niet, maar ik gokte dat het wel een harde houtsoort zou zijn. Dat was ook zo. Pokhout blijkt een vettige, harde houtsoort te zijn met een hoog soortelijk gewicht. Ook veel gebruikt om scheepsassen in te lageren. Nog een vraag: soms is 1 neut van het lager van brons en de andere van pokhout. Welke neut denk je zou van brons zijn, de linker of de rechter (van achteren gezien)? Dat kon ik beredeneren: brons leek me nog net wat harder dan pokhout en dus vermoedde ik dat, van achter gezien, de linker neut van brons zou zijn. Immers: molens draaien rechtsom (van achteren gezien!) en die kracht duwt de tap vooral naar links. Vandaar dat ook de poortstok links zit. Mijn redenatie bleek te kloppen.

Maar dan kwamen er nogal wat houten onderdelen voorbij waarvan ik niet wist van welke houtsoort ze gemaakt zijn: het stophout tussen as en bovenwiel.. de plooistukken.. de vangstukken.. ah, wacht even, dat wist ik weer wel: dat is wilgenhout. Vroeger liet men wilgen geforceerd kromgroeien, juist omdat de nerf dan met het bovenwiel parallel loopt (en de slijtage dus veel minder is dan wanneer je recht wilgenhout rondzaagt). Wilgenhout is erg zacht - onbruikbaar hout, behalve voor manden, klompen en vangstukken. Maar door die zachtheid vangt het heel goed. De reden dat men altijd een zachte soort hout gebruikt is dat de wrijving tussen twee soorten met een ongelijke hardheid veel groter is dan tussen twee soorten met identieke hardheid. Peter wees er nog op dat het ook een economische reden had: het bovenwiel moest zo weinig mogelijk slijten, want vervangen van een bovenwiel is natuurlijk veel duurder dan vervangen van vangstukken.

Nog wat onderdelen: de bordveer is van essen - een buigzame houtsoort. Peter suggereerde dat je ook hickory zou kunnen gebruiken, waar bijvoorbeeld bogen (als in 'pijl en boog') van gemaakt worden. Ook wordt wel iepenhout gebruikt. De kammen worden van palmhout gemaakt. Je moet ook grenen en vuren kunnen herkennen.

We zeilden de molen weer af en namen tevreden afscheid van elkaar: een bijzonder leuke, leerzame les. We komen beslist nog eens terug - en dan neem ik mijn fototoestel mee!