Logo van Het Maalboek
<< krimpen [urenoverzicht] [07-05-2005] [startpagina] ruimen >>

 tijd 3 uur
 molen Ganzendijk
 wie Gerda Koster
 wat Praktijk
 weer NW-W 1-2, buien
 werk Kruien, smeren, vangen


"Moi Gerda, zeg, hou zit t nou aigenlieks - hemmen wie nou wel of gain excursie?" vroeg ik vrijdag jongstleden per telefoon. Al geruime tijd stond een excursie naar de Zaanse Schans in ons lesrooster geplanned maar ik had nog geen details te horen gekregen. Dus Gerda maar eens even gebeld. Als ik heel eerlijk was kwam het nou juist deze week niet uit: ik doe volgende week vrijdag een examen en de voorbereiding daarvoor kost de nodige tijd.

Gelukkig: het bleek niet door te gaan. Gerda vond het wat overdone: we zijn immers nog maar net op excursie naar Duitsland geweest - een excursie waar ik overigens nog een verslag van ga maken, maar dan pas na mijn examen. Daarnaast is het handiger en beter dat we die excursie niet al te ver voor ons examen doen: we kunnen dan op het examen nog wet verser uit ons geheugen putten mocht men ons vragen stellen over de paltrok of wipmolens. Die staan er hier in mijn streek immers niet. Overigen reist onze groep met graagte langs andermans molens, kijk maar eens in de roddelindex waar je kunt nalezen welke molens we al bezochten.

Deze week dus "gewoon" les op de Koren- en pelmolen aan de Ganzedijk. Onze allereerste les hadden wij ook op deze molen gehad. Indertijd stonden we nog totaal onwennig in die molen rond te kijken: wat je nou precies wel of niet en waarom moest doen en hoe al die touwtjes, raderen en wielen heetten wisten wij toen nog niet. Je kijkt bij een tweede keer toch heel anders naar zo'n molen. Dat begon al onderin de molen: daar heeft Gerda een tafeltje staan met ondermeer wat onderdelen van de maalstoel er op. De onderdelen die er op lagen kwamen ons inmiddels een stuk bekender voor. Maar toch.. het is niet altijd heel duidelijk welk onderdeel je nu voor je hebt. Klik eens op de foto en kijk dan of je de onderdelen die ik (A), (B) en (C) heb gemarkeerd thuis kunt brengen. Oplossing de volgende keer.

Ook de maalstoel - met kaar, schuddebak en het regelwerk voor de graantoevoer - is nu al een stuk bekender. Remy en ik bogen ons belanstellend over de constructie waarmee je de graantoever regelt. Dat gaat bij deze maalstoel niet alleen door middel van instelling van de hellingshoek van de schuddebak (hangerkam en pees), maar ook middels een constructie om de kracht waarmee de schuddebak wordt aangedreven door de klapspanen te kunnen regelen. Deze molen heeft ronde staakijzers, dus zijn er klapspanen aangebracht om ervoor te zorgen dat de schuddebak zijn naam eer aan kan doen. Er is op de deksel van de maalstoel een houten veer gemaakt, die middels een touwtje de aanslag tegen de klapspanen aantrekt. Je kunt via een constructie met touwtjes en latjes daar een tegenkracht op uitoefenen. Als je beneden bij de meelpijp staat kun je aan een touwtje trekken, waardoor je de aanslag wat verder van de klapspanen aftrekt. Daardoor wordt de schuddende beweging minder en zal dus minder graan in het kropgat geschud worden. Wij merkten op dat de touwtjes los lagen: de maalstoel is dus tijdelijk buiten gebruik. De molen heeft overigens 2 maalkoppels en twee "pelstainen". Je moet op de steenzolder een rond deksel uitnemen en dan kun je via het zo ontstane "mangat" die stenen bekijken. Helaas worden ze niet veel meer gebruikt iets wat ik als Groninger natuurlijk betreur.

Bij het bekijken van het luiwerk viel me op dat men hier geen luitouw, maar een luiketting heeft. Het is overigens een sleepluiwerk, op de foto zie je de luitafel. Via een sleepwiel wordt zo de luias aangedreven, waarom zich dus de luiketting wikkelt. Die ketting trekt dan de zakken graan van de onderste verdieping omhoog, door de luiken die daartoe op de zolders zijn aangebracht en die naar boven open kunnen klappen. Die luiken zitten bij deze molen vrij ver naar de buitenkant van de zolder. Het viel me op dat de luiketting niet in het midden van de luiken leek te lopen. Omhoog kijkend zag ik dat tussen twee achtkantstijlen een geleiderol was aangebracht, met daarop metalen "schenen". Als ik in gedachten de luiketting daar overheen zou laten lopen zou de luiketting welprecies in het midden van de luiken uitkomen. Het leek me daarom logisch dat de luiketting over die rol moest lopen. Gerda wist echter te vertellen dat dat niet zo was. Waarom die rol er dan wel zat bleef voorlopig onduidelijk, ik zal er de volgende keer nog eens naar vragen.

In de mooie ruime kap maakten we de molen klaar voor gebruik: de kampal er uit, het lekentouwtje er af en de stutten uit het bovenwiel. In deze molen zitten vaste stutten met scharnieren, ze zitten voor het bovenwiel. Daar zit nog iets wat je meestal daar niet aantreft bij Groninger molens: de lange spruit. Er zijn maar 3 molens in Groningen die dit hebben; alle andere molens hebben een lange spruit die achter het bovenwiel langs loopt en die vaak dubbelt als ijzerbalk. Wat ons ook opviel was dat de busdeur hier ook al geen keep meer had waardoor je middels wiggen de neuten rond de tap kon stellen. Klaarblijkelijk is het de standaard werkwijze van molenmaker Molema om deze stelmogelijkheid niet aan te brengen, zelfs niet als ze er van oorsprong wel heeft gezeten.

We controleerden ook de beet van de kammen - die was goed - en de smering. Verder stuitte Peter bij zijn rondgang op een bout die een stuk boven een voeghout uitstak. Waar dat ding naar toe liep? Het bleek niet duidelijk. Een paar fikse bensen met een gewicht op de bout wezen uit dat het mogelijk een verbinding met een keerklos was. Op de foto zie je Gerda controleren of er beweging in de klos komt als Peter op de bout mept. Je ziet ook fraai de constructie van het vanganker, het sabelijzer, de ezel en de vangbalk.

Een ander detail wat ons opviel was de zwichtconstructie.Ik had aan de buitenkant geen zelfzwichting gezien en was dus even verbaasd: waarom zat die contraptie er dan nog? Maar deze molen heeft Fauel fokwieken op 1 roed - met remkleppen. Aha, daar is het dus voor... Gerrit was met name in een detail geinteresseerd: hoe zag de overbrenging tussen de zwichtslee en de zwichtboom er uit? Speciaal voor hem heb ik dat nog eens extra goed gefotografeerd, zie het roodomrande detail in de grote foto die je te zien krijgt als je op de kleine foto hier links klikt.

Bij de controle hadden we ook gekeken of de halssteen geen scheuren had. Daarbij was ons opgevallen dat er twee gaten in die steen zaten - dat leek ons dus geen normale steen te zijn. Nee, dat was het ook niet: dit is een metalen lager. Geen brons, "gewoon" ijzer. Gerda smeert overigens niet met reuzel maar met schapevet.

Uiteindelijk, na de koffie met koek, trokken we de vang los. Het weer was niet echt ideaal: de noordwestenwind ruimde vrij vlot en was onrustig: dan weer een vlaag, meestal voor een bui aan, maar meestal te weinig om de molen zonder zeilvoering rond te krijgen. Door die buien was het op een gegeven moment ook spekglad op de stelling. Gerda had een paar jaar geleden weliswaar een antisliplaag aangebracht, maar die werkte niet echt optimaal meer. Afijn, ideaal weer voor wat klusjes. Zoals het verstellen van de vang.

Gerda had ons al gewaarschuwd: de vang was nog niet zo lang geleden verstoken, de vangbalk had bijna op de vloer gelegen. Maar nu sleet-ie aan. Waar precies was nog niet duidelijk. Het bleek op de te verwachten plaats te zijn: aan de linker bovenkant (het schouderstuk). Ah, dan leert ons de theorie: "een houtje tussen de rijklamp en rust". Dat bleek nog niet zo makkelijk te gaan als we hadden gedacht: de rijklamp en rust van deze molen zijn niet helemaal goed op elkaar afgestemd en het is nog een hele toer daar een houtje tussen te krijgen. Maar uiteindelijk, na een drietal pogingen, lukte het uiteindelijk toch om het aanslijten te verhelpen.

Daarbij hannesten we nogal met de vang: de Groote Polder heeft een vang met duim, maar deze molen een vang met klink. Hoe zat het ook weer: vangen - rukje geven, klink schiet naar achteren, snel vangtouw laten opkomen, vangbalk zakt, de vang doet zijn werk. Lossen: aan vangtouw trekken, helemaal doortrekken, dan een stukje terug laten zakken en de vang ligt er op. Wel even tokkelen, anders kon-ie nog eens op de duim hangen. Ja, da's de theorie. In de praktijk bleek het toch nog niet zo makkelijk te zijn. De truuk bij deze molen bleek dat je, net als bij de GP, toch ook een stapje naar links of naar rechts moet doen. Je moet het maar weten...

Het werd steeds buiïger en kouder en de wind bleef onregelmatig. Om half twaalf besloten we dan ook de molen maar op te bergen. Volgende week is het Nationale Molendag: dan ben ik de hele dag te vinden bij de Groote Polder. U bent natuurlijk van harte welkom! Misschien tot ziens?