Logo van Het Maalboek
<< krimpen [urenoverzicht] [09-04-2005] [startpagina] ruimen >>

 tijd 3,5 uur
 molen De Groote Polder
 wie Gerda Koster
 wat Praktijk
 weer NW, 2-4 bft, maartse buien, werkwind
 werk kruien (180 graden), opzeilen, afzeilen, vangen


Vandaag lukte het weer eens uitzonderlijk goed de weertheorie en de praktijk met elkaar in overeenstemming te krijgen: noordwesten wind met maartse buien, geheel conform de windroos. De wind zou volgens het weeroverzicht op teletekst geleidelijk moeten krimpen naar het westen, zelfs naar het zuidwesten en zou hagelbuien en sneeuw met zich mee kunnen brengen. Dat bleek ook zo te zijn, al ging dat krimpen in zo'n laag tempo dat wij de hele morgen een noordwesten wind hebben gehouden. De molenmakers hadden de molen op het zuidoosten gekrooien, we moesten dus honderdtachtig graden om wilden we de molen op de wind krijgen. Na enig overleg besloten we om ruimend te krooien. Maar voor we aan dat karwei begonnen doken we eerst de kap in om te kijken hoe de situatie daar nu was: immers, de molenmakers hadden als het goed was de tap in de nieuwe lange spruit bevestigd.

De koningsspil stond inderdaad weer keurig rechtop en de uitneembare luiken rond de spil waren terug geplaatst. Wij bekeken de nieuwe situatie nieuwsgierig. Het is altijd wat onwennig: de nieuwe delen steken altijd nogal schril af tegen het oude hout. Afijn, over een paar jaar is het verschil al een stuk minder. Zoals je op de foto ziet is de busdeur nu voorzien van twee vierkante moeren met een handig handvatje. Dat is weliswaar niet origineel, maar wel heel praktisch: je kunt de busdeur nu heel makkelijk loshalen om bijvoorbeeld de neuten te controleren. Wat Gerda opviel was dat de wiggen, die we eerder altijd hadden om de neuten te kunnen stellen er nu niet meer inzitten: op de foto zie je nog wel het gat ze in de busdeur waar ze doorheen gezeten hebben. We vragen ons af of die er nog in worden gezet of dat er een andere manier is bedacht om de neuten bij te kunnen stellen. Ook nieuw was de constructie die wij boven op de lange spruit ontdekten: deze is bedoeld om te voorkomen dat de kampal te ver naar binnen valt en zo dus naast de kammen van het bovenwiel zou kunnen komen. Wij waren ondertussen erg nieuwsgierig of de molen nu ook anders zou draaien en dus daalden we af om te krooien.

Toen we de les begonnen was de hemel blauw met hier en daar een wolkje, maar na onze expeditie kapwaarts was de lucht betrokken. We begonnen met krooien. We waren vandaag met zijn vieren: Gerda, Remy, Gerrit et moi. Als je honderdtachtig graden om moet ben je ook wel blij dat je er niet alleen voor staat. Ongeveer halverwege, net toen Gerrit aan de lier stond, trok de wind aan en begon het te hagelen en nat te sneeuwen. Gerrit hield het nog een tijdje heldhaftig vol, maar toen er een centimeter natte sneeuw achter zijn oren zat gaf ook hij het op. Eerst dan maar een kop koffie.

Bij de koffie bekeken we de tijdschriften die Gerda mee had genomen: onder meer exemplaren van De Molenwereld. Gerda bood aan dat wij deze een tijdje mochten lenen, er staat van alles rond molens in en je leert er toch altijd weer wat van.

De bui was voorbij getrokken en de lucht klaarde nu weer op. We krooiden dus de molen nog een stuk verder, tot hij op de wind stond. In dit geval, nu we krimpende wind verwachtten, kozen we er voor de molen recht in de wind te zetten: als de wind dan zou krimpen en aan zou trekken zou de molen in ieder geval minder snel op hol kunnen slaan. Aan de kim zag ik, ook weer geheel conform de theorie uit het Gildemateriaal, de bekende aambeeldvormige wolken met de rechte, grijze onderrand: buien. Eerst maar eens kijken of-ie rond wilde met alleen de steekborden er in - met deze wind zou dat normaliter moeten lukken. Maar, denkelijk omdat de tap nog niet echt soepel in de neuten draaide en de boel nog wat op elkaar in moest slijten, lukte het niet. Dan maar opzeilen: ik mocht beginnen en koos voor vier lange halven, met de gedachte dat je die desnoods vrij snel kunt zwichten naar vier halfjes. Mijn inschatting bleek aardig te kloppen: de molen kwam nu inderdaad op gang, zij het voor mijn gevoel toch nog wat stijfjes. Na een tijdje haalden we toch 60 tot 70 endjes. We bleven bij de vangstok staan - een noordwestenwind in deze periode van het jaar is vlagerig, het is een echte werkwind - en konden daar goed horen hoe de wind af en toe aantrok: eerst hoor je dat in het gevlucht en even later zie je het aantal enden oplopen. Maar ook tijdens een vlaag kwam de snelheid niet boven de 70 endjes, zodat we niet hoefden te zwichten. Het ging zo een tijdje mooi en omdat de molen goed vaart maakte konden we ook het vangen goed oefenen.

's Middags was er een vergadering van Het Gilde in Groningen: ik had er graag bij willen zijn, maar mijn zoon Willem moet het fietsen nog leren en dus moesten wij een fiets voor hem kopen. Sja, soms zijn dingen nog belangrijker dan het draaien van de Groote Polder..

Tenslotte nog het beloofde antwoord op vraag van verleden week: op het ANWB bord stonden de volgende fouten:

  1. de eerste regel: In de 19de eeuw onstond... - dat moet natuurlijk ontstond zijn;
  2. op de zesde regel wordt gesproken over een watermolen die in Steendam zou hebben gestaan. Nou kennen we wel poldermolens in onze regio, maar watermolens..?
  3. en de mooiste fout is natuurlijk die op de laatste regel: een zwichtstelling.. wat zou dat zijn? De molen is voorzien van zelfzwichting en hij heeft een stelling, maar het begrip zwichtstelling is ons niet bekend...
Marius heeft overigens inmiddels besloten het bord toch op te hangen, maar dan met een tweede bord er naast met de uitleg over de fouten - en dan is het al met al toch weer leerzaam voor de bezoekers.