Logo van Het Maalboek
<< krimpen [urenoverzicht] [26-03-2005] [startpagina] ruimen >>

 tijd 3,5 uur
 molen De Groote Polder
 wie Gerda Koster
 wat Praktijk
 weer N0, 1-2 bft, mist, later komt de zon er door
 werk Voorhangen zeil, opzeilen, afzeilen, vangen


Het is altijd leuk een andere molenaar op de molen te mogen ontvangen. Deze keer kwam David Reitsema bij ons langs. David is molenaar op De Palen in Westerwijtwerd en daarnaast nog Müllermeister in Nenndorf, Duitsland. Met name die laatste molen vindt ik interessant: het is een zelfkruier, dus: met een windroos achterop de kap, in combinatie met een (voeghouten) glijkruiwerk. Helaas kan de molen momenteel nog niet draaien: de bovenas is wat verzakt. Op zich nog niet zo'n probleem, maar deze molen heeft niet, zoals bij de GP, een pensteen met een springbeugel, maar een lager wat de bovenas aan de penzijde in zijn geheel omsluit. Toen David de vang lichtte bleken er metaalkrullen te ontstaan, die tussen het lager en de bovenas uitkwamen. Oeioei..

David vertelde nog dat het vangen van die Duitse molen een enorme hoop lawaai maakte, omdat er veel metaal in de molen is gebruikt en de vangconstructie langs de metalen bok van de windroos slijt. "De omwonenden schrikken zich altijd een hoedje als ik de vang licht" vertelde David. Wij moesten beslist eens gaan kijken in Nenndorf: als de molen weer kan draaien zal David ons uitnodigen. Ik kijk er al naar uit.

Buien de Groote Polder begint het weer aardig op een bouwplaats te lijken. Er was een verse lading zand afgeleverd - weet je nog, we kwamen net een halve kuub te kort - en dus kon Gerrit deze week het vloertje afleggen en inwassen. Ik ben vervolgens jongstleden vrijdag een paar uurtjes in de molen aan het opruimen geweest. In zo'n molen verzameld zich vaak allerhande goedbedoelde rommel: zo lagen er nog een hele riedel piketpaaltjes, die in de jaren zeventig van de vorige eeuw om de molen hebben gestaan bij wijze van afrastering. Later is dit vervangen door het veel steviger hek wat we momenteel hebben, maar de paaltjes waren er nog - ook Grunnegers bent zuneg - en stonden al vele jaren op het ondertafelement, tussen de veldkruisen en het rietdek geklemd. Daarnaast vond ik nog veel meer zaken: wiggen, latjes, balkjes, een bakje met bijenwas (bewaren, daar kun je je kammen mee "smeren"), een pet (niet voor op je hoofd, maar om bovenop een schoor te bevestigen, tegen het indringen van water aan de kopse kant), steenwiggen, bussen met verdroogde verf, bussen met onduidelijke inhoud, lege bussen en een hele hoop puin. Afijn, alles er zo veel dat mogelijk was uitgesmeten, op een net bultje buiten de molen gelegd, dan beide deuren open en vegen, vegen en nog eens vegen. Maar het resultaat mag er dan ook zijn: de molen oogt veel ruimer en met name het achtkant komt nu veel beter uit. Een deel van het materiaal wat buiten ligt kan op de stort, maar het meeste is nog wel bruikbaar. Ik wil het alleen liever niet weer in de molen hebben, ik heb de moleneigenaar dan ook aangeboden om vooralsnog gebruik te maken van mijn schuren om het spul in op te bergen.

Ik vindt het lessen op zaterdag, sinds ons "mislukte" proef-proef-examen, een stuk beter gaan. Gerda laat ons nu meer zelfstandig werken met de molen en geeft dan achteraf aan wat we goed en fout deden. Dat bevalt me prima, ik merk dat ik daar toch het meeste van leer. Ook deze zaterdag ging het me naar de zin: ik mocht het vierde zeil voorhangen. Gerda hield me uiteraard goed in de gaten, maar liet me eerst rustig mijn gang gaan.

Eerst het gevlucht vrijgemaakt: roedeketting er af, bliksemafleider er af. Dan de kap in in, alvast maar stutten eruit en lekenkettinkje er af. Wil ik het nieuwe zeil er strak voor kunnen hangen dan moet wel eerst het oude zeil er af, dus haal ik het stormluik er uit en knoop het lange halstouw los. Vervolgens loop ik naar beneden en leg het oude zeil voor, maar laat het opgerold zitten. Ik loop nu omhoog de hekkens in en eenmaal boven aangekomen probeer ik of ik dat truukje met het haken van het been nou al beheerste, maar het ging nog steeds niet, verdorie. Afijn, dan maar 1 hand voor de molen en 1 voor mezelf en gelukkig zat het korte halstouw niet echt heel vast. De zeilworst gleed nu langs het hekwerk naar beneden en ik klom er achteraan.

Beneden dan het oude zeil in het gras uitgespreid, bij wijze van legtafel voor het nieuwe zeil: we hebben momenteel nogal wat mollen en mollebulten en het gras was ook aardig nat, vandaar. Het nieuwe zeil vervolgens op mijn geïmproviseerde "legtafel" uitgevouwen en daarna met hulp van Lex weer zigzag opgevouwn. Daarna het pakket voor het gevlucht leggen en wel zo dat de hoektouwen boven zitten. Dan de halstouwen voor je langs en over de linker schouder trekken. Met het zeil achter je aan slepend klim je dan weer naar boven, klim, klim, niet te vaak naar beneden kijken, klim, klim - ho! wat is dat nu, ik ben nog niet boven en het zeil trekt al strak, geen beweging meer in te krijgen. Loeren naar beneden: aha, een lits is achter een kikker gehaakt. Met een kleine zwieper schiet hij weer los. Doorklimmen. Ondertussen is Gerrit alvast maar in de kap geklommen, hij voorziet dat ik het linker halstouw straks daarboven ook nog vast moet knopen en het is dan handig als er een tweede man in de kap dat touw van je aan kan pakken. In sommige boeken lees je wel dat molenaars dan links in het hekwerk gaan staan om het hoektouw aan de zeilarm te knopen, maar dat vindt ik maar een gevaarlijke onderneming: je staat dan wel met je volle gewicht op het einde van een hefboom en zo'n heklat kan ook een zwakke plek hebben. Als je daar achter komt is het meestal te laat. Maar het is ook helemaal niet nodig dat risico te nemen: ofwel zorg je er voor dat je met 2 molenaars bent als je zeilen gaat voorleggen, of je gebruikt een klein truukje, waar ik straks nog even op terug kom.

Boven aangekomen leg ik de bovenste lits om de bovenste kikker, bij wijze van trekontlasting, en probeer nog eens het been-doorhaak truukje. Gerrit geeft me wat aanwijzingen, hij kan van boven goed zien wat ik verkeerd doe. Het blijkt heel eenvoudig te zijn: ik haak mijn been inderdaad keurig door het hekwerk, maar wil dan mijn rechtervoet op een heklat zetten. Dat is de bedoeling niet, je moet de wreef van je rechtervoet achter de heklat haken en wel zo dat de heklat erboven in je knieholte valt. Ik zit dan desondanks nog helemaal niet stabiel en hou mezelf dan ook nog stevig vast. Dat je zo met beide handen los zou moeten kunnen werken gaat er bij mij nog steeds niet in. "Lot dien linkerbain ais aine zakken" zegt Gerrit en dat doe ik en ja hoor, nou klopt het, ik voel het gelijk: nu sta ik vast en kan ik met beide handen werken. Het is even een slag, maar dan kun je het ook voor de rest van je leven, net als schaatsen of fietsen.

Het korte halstouw nu vastknopen - ik gebruik een mastworp en borg hem met twee halve steken, vast is vast. Dan reik ik Gerrit het lange halstouw aan en daal af, onderwijl de litsen achter de kikkers hakend. Beneden aangekomen leg ik het zeil voor, en Gerrit heeft ondertussen het lange halstouw strak getrokken en vastgezet. Ik had gedacht het truukje van verleden week weer te gebruiken: end naar boven draaien, dan hangt het volle gewicht van het zeil immers niet meer aan de halstouwen en kun je het lange halstouw veel makkelijker strak door de zeilarm trekken, maar het zeil zit eigenlijk al goed en dus laten we het zo.

Trots als een aap met zeven staarten meldt ik me bij Gerda. Die geeft nog een paar aanwijzingen: waarom had ik de molen van de ketting gehaald en de bliksemafleider er afgehaald? Nou, bij de GP zit de ketting altijd een paar keer om de roed geslagen en juist op die plaats waar ik het rechter onderhoektouw had willen bevestigen, leg ik uit. Gerda vindt toch dat dat niet had gehoeven: het is altijd het beste de molen zo lang mogelijk aan de ketting te laten en de stutten er in te laten, zegt ze. Goed, ik zal er de volgende keer aan denken. Verder vroeg ze zich nog af waarom ik, toen ik boven in de kap het lange halstouw van het oude zeil los had geknoopt, ik geen hulptouwtje had gebruikt. Hulptouwtje? Ja, je steekt dan een touwtje door het oog van de zeilarm en maakt aan de ene kant vast in de kap, bijvoorbeeld achter de schoor van de keerstijl (het stormmantje, zoals wij dat ding hier noemen). De andere kant mik je dan over de bovenste heklat, zo dicht mogelijk bij de roed. Als je dan het korte halstouw aan oog of heklat vast hebt gemaakt ligt daar al heel handig een touwtje voor je klaar waar je dan het lange halstouw aan vast knoopt. Je kunt dan vanuit de kap het lange halstouw naar je toetrekken en aan de zeilarm vastmaken. Op die manier kun je ook alleen een zeil voorhangen,

Nog een klein stukkie kruien en dan krijg ik opdracht twee zeilen voor te leggen. Vollen, besluit ik, er is amper wind en het is nog steeds mistig. Dat voorleggen geeft nog wat complicaties: het eerste zeil voorleggen is zo gepiept, maar als ik vervolgens de vang licht blijft het gevlucht braaf staan - het is vrijwel windstil. Okay, naar voren draven, het gevlucht een zetje geven in de verwachting dat-ie door zal draaien, naar achteren draven.. dat helpt niet, het eind waar het zeil al voor ligt is tegen die tijd al weer beneden gekomen. Sja, wat nu? Terug naar voren, het end weer aanduwen, nu wat verder doorduwen, de haak erbij en ja hoor, nu krijg ik het goede end beneden. Maar dat helpt ook al niet, want als ik het end loslaat om de vang te bedienen blijkt de boel toch wat wanwichtig en tegen de tijd dat ik achter ben aangekomen is het eind alweer te ver teruggedraaid. Nog eens naar voren, nu nog wat verder doorgedraaid, terug draven en ja hoor, eindelijk heb ik um. "Poeh", hijg ik, "zeg Gerda, is dit nu werkelijk de manier waarop de vaklui het ook doen?"

Ja, grinnikt Gerda, dat doen vaklui ook zo: het is een rare situatie dat je bij windstilte je molen opzeilt, meestal is er voldoende wind om het gevlucht, soms met wat eerste hulp, door de wind rond te laten gaan. Maar wat je ook nog kunt doen, suggereert Gerda, is het op te zeilen end naar beneden zien te krijgen middels duwen en/of de haak en dan de roeketting gebruiken om het end provisorisch te borgen. Je kunt ook alle windborden er uit halen en dan die van het eind wat je wilt opzeilen er inzetten: als het gevlucht niet al te wanwichtig is wil dat ook nog wel eens helpen. Maar als je alleen bij je molen bent en je wilt het wiekenkruis in het zeil zetten bij windstilte kan dat inderdaad een heel gehannes zijn.

De andere leerlingen leggen nu ook een zeil voor, daarna zeilen we de molen weer af en leggen dan nog eens de zeilen voor. Gerda is nog niet helemaal tevreden: je moet zo'n molen toch in een half uur tot drie kwartier draaiklaar hebben en dat lukt ons nog niet niet. Ja ho even, maar we hebben ook nog een zeil voorgehangen. Desondanks, vindt Gerda, het kan en moet nog wat vlotter, maar al met al begint het er nu toch aardig op te lijken. Koffie!

David drinkt een bakkie mee en verteld wat over zijn examen en hoe dat gelopen was, heel leerzaam. David is nog jong, maar heeft toch alweer sinds 23 september 2004 zijn diploma, hij is denk ik momenteel de jongste gediplomeerde molenaar van Groningen. Na het koffie drinken sta ik nog een tijdje bij het molengat met hem te praten, onder meer over onze plannen voor circuitbemaling en over de plannen van het Gilde om de opleiding anders gestalte te geven, onderwijl Remy en Peter nu weer een paar einden opzeilen. Ook ik kom nog even weer aan de beurt en dan is het ook alweer bijna twaalf uur. Maar de wind trekt wat aan en ja, dan willen we de molen toch nog even zien draaien. Dat lukt wonderwel en we halen zelfs nog 30-40 endjes, zodat we ook het vangen nog even kunnen oefenen.

's Middags lest de tweede groep ook op de Groote Polder, maar omdat Gerda ook hen graag in de situatie wil laten lessen alsof er nog niemand op de molen was geweest vraagt ze ons de molen helemaal op te bergen: afzeilen, borden er uit, roeketting er op, bliksemafleider er aan, stut er in en lekenkettinkje er op. Volgende week is de vergadering van het Gilde en dan geeft Gerda geen les. Wie weet wil Lammert wel, ik zal hem straks eens bellen. Ik heb besloten niet naar Arnhem te gaan: het is voor mij vindt ik veel belangrijker om meer praktijkervaring met de molen op te doen. We gaan, nadat we ons maalboekje hebben laten aftekenen, opgewekt uiteen.

Ik ga met mij vrouw en kinderen nog wat Paasboodschappen doen, als ik 's middags terugkom zie ik dat de molen in proteststand staat. Dat zal wel per ongeluk zo gedaan zijn, vermoed ik: dat overheks zetten met vier volle zeilen deed vroeger de molenaar wel om aan te geven dat hij wilde en moest malen omdat de polder te nat was, maar dat de sloten niet voldoende doorstroomden om het water bij de molen te krijgen. Wel wind, geen water, sloten schonen! Nou heeft onze GP ook geen water en die proteststand vond ik dus wel toepasselijk, dus schoot ik er snel een plaatje van. De molen ziet er, tegen de grillige wolkenlucht, zelfs een beetje boos uit, alsof hij zich werkelijk ergert dan hij zijn vijzel niet nat kan krijgen...