Logo van Het Maalboek
<< krimpen [urenoverzicht] [05-03-2005] [startpagina] ruimen >>

 tijd 2 uur
 molen De Groote Polder
 wie Gerda Koster
 wat Proef-proef-examen
 weer O, krimpend naar NO, 2-4 bft
 werk Proef-proef-examen


Deze week werden we min of meer overvallen door extreem winterweer. Ik heb vanuit mijn slaapkamer goed zicht op de GP en heb vanuit die comfortabel warme plek het bijgevoegde winterplaatje kunnen schieten. Dat is dan ook gelijk het enige fotootje wat u aan zult treffen: ik had het vandaag te druk met examen doen om foto's te maken. Ja, beste lezer, daar kijkt u van op, nietwaar: we zouden toch pas in het najaar examen doen? Inderdaad. Maar aan zo'n examen gaat altijd een proefexamen vooraf. Aha, denkt u nu: had-ie vandaag dus proefexamen? Nou, dat horen we dan ook laat.. Nee, zo zat het niet: ik had een onverwacht en pas jongstleden donderdag aangekondigd proef-proefexamen.

Dat kwam zo: het proefexamen vindt dit jaar vroeg plaats: al op 4 juni. Gerda moet voor die tijd aan kunnen geven of ze denkt dat we aan dat examen toe zijn. Als je naar het proefexamen wordt gestuurd dan is dat ook een teken dat je instructeur denkt dat je het eigenlijke examen ook kunt afleggen, dus: eigenlijk moest Gerda voor 4 juni al aan kunnen geven of ze dacht dat we het najaarexamen met kans op succes af zouden kunnen leggen. Dat vereist bijna paranormale gaven, maar tot overmaat van ramp blijkt de proefexamencommissie ook nog heel ruim van te voren te willen weten hoeveel kandidaten er in juni verwacht worden: volgende week al!

Nou heeft Gerda wel een aardig beeld van onze prestaties, maar dat beeld wordt wat vertroebeld door het gegeven dat we altijd met een groepje lessen. Ach, hoe gaat dat: Gerda vraagt pak-um-beet Peter naar de werking van de vang, Peter begint het te beschrijven, dan vult Gerrit een paar dingen aan, weet Remy ook nog wat te vertellen en zo voort. Gerda kan daardoor niet goed inschatten of we individueel wel de juiste kennis hebben. Af en toe heeft Gerda ons wel eens apart genomen, maar nog te weinig om zeker van haar zaak te zijn. En vandaar dat we deze week 's avonds werden gebeld: we moesten elk op een verschillend uur op de molen komen, Lammert zou ook aanwezig zijn en dan zouden we examen doen. Proef-proefexamen dus.

Om negen uur was de beurt aan Gerrit, om tien uur zou Remy de maat worden genomen, dan was ik om elf uur aan de beurt en tenslotte Peter om 12 uur. Toen ik om 11 uur arriveerde nam Gerda nog een aantal laatste zaken met Remy door. Gerrit en ik kaartten eerst nog wat na over Gerrit's examen: dat was hem nog niet meegevallen, vertelde hij. Gelukkig was er ook goed nieuws: Gerrit bleek jarig geweest te zijn - gefeliciteerd Gerrit! - en had daarom die morgen op gebak getracteerd. Of ik ook nog een stukkie wilde? Nou.. ja, heerlijk, maar ik heb net ontbeten en koffie gedronken.. beter maar niet. Terwijl ik nog verlekkerd in de gebaksdoos tuurde kwam Gerda me al ophalen. "Nou, molenaar, de molen moet draaien. Ga je gang."

Het begon wel wat raar: Remy had de molen nog niet opgeborgen en dus viel ik als het ware midden in het opstartritueel. Toch maar even bij Gerda navragen om te laten zien dat ik er attent op was: "is in kap alles in odder, Gerda?" - "Joa hor". Mooi. Dan loop ik, wat zenuwachtig, een paar keer om de molen toe, me bezinnend op wat ik nu ga doen. De roedketting is er al af, de bliksemafleider ook, de kap is al gecontroleerd.. welke stap moet ik nu als eerste nemen? Maar al ronddravend schiet het op zijn plaats: ik kan in feite nu dus kruien. Hoe ligt de kruidraad.. ah.. links.

Ik maak nog een rondje om de molen: ik ben even van slag af. Dat de kruidraad links ligt is tamelijk standaard, maar mijn weerstudie van vanmorgen had uitgewezen dat de wind verder zou krimpen. Ik wilde dus de kruidraad krimpend leggen. Er trok ons vandaag namelijk een lagedrukgebied ten zuiden voorbij en dan wil je zonodig zonder veel moeite krimpend mee kunnen kruien. Maar als je hem dan ruimend ziet liggen ga je twijfelen: zou ik het dan toch verkeerd hebben gehad, moet-ie dan toch ruimend? Ik loop dus nog een rondje, maar krijg dan een hekel aan mezelf: "verdorie, vandaag ben ik molenaar" en dus besluit ik de draad om te gooien. Gerda helpt me er zelfs een handje bij want het vet op de kruilier is koud en stug en de lier draait dus zwaarder dan anders. Dan wil ik de bezetketting aan de andere kant leggen, maar Gerda legt uit dat dat niet nodig is: ik gebruik nu immers de kruidraad als bezetketting. Is ook zo! Nou zou het volgens mij geen kwaad kunnen om ook de bezetketting dan maar aan de "verkeerde" kant te leggen - als ik alleen op de molen was geweest had ik dat zeker gedaan - maar het hoeft dus niet. Dan een stukje kruien: ik zet de molen zo goed en kwaad dat gaat recht op de wind, er op rekenend dat de wind nog wat krimpt en in kracht toe zal nemen, het is immers een wind met een "dagelijkse gang", weet ik sinds verleden week. Voor zover je dat "recht op de wind zetten" dan voor elkaar kunt krijgen: hoewel we nu uit het Noordoosten sinds de laatste kapactie ook wind hebben is die toch wat onrustig door de nabijheid van mijn huis en de gemaalschuren en krimpt en ruimt de wind afwisselend als hij uit die hoek komt.

Dan loop ik naar het gevlucht. Ik geef aan dat ik vier vollen wil opleggen: de wind is nog zwak (1-2 bft) en hoewel ze wat aan zal trekken meen ik dat 4 vollen best zouden kunnen. Momenteel heeft de GP maar 1 zeil (u weet wel: dat ene zeil op de buitenroede, mopper, mopper) en dat leg ik vervolgens dan ter demonstratie voor. Gaat helemaal goed, zelfs de zwichtlijnen komen er met een fraaie zwieper gelijktijdig om te liggen - kost me wel 2 pogingen - en de onderhoekstouwknoop die ik al een tijdje niet meer had gelegd lukt gelukkig ook. En dat nog wel terwijl Gerda vragen stelt over het gevlucht: hoe heet dit type ("oud Hollands, Gerda"), noem de onderdelennamen eens (dat lukt), ken je nog andere typen? Ik noem Van Riet, Ten Have en ook Van Bussel - net niet helemaal goed, Van Bussel is meer een wiekverbeteringssysteem en ik vergeet Bilau. Gerda wil nog weten hoe het Ten Have systeem werkt en dat leg ik dan naar beste kunnen uit. Dan wordt ik nog doorgezaagd over het zelfzwichtingssysteem: of ik kan beschrijven hoe dat werkt? Jawel en dat doe ik dan ook. Ik vertel daarbij ook dat de kleppen rond een asje draaien en dat dat asje op 2/3e hoogte van het klepje zit.. natuurlijk kopt Gerda die in: waarom is dat dan, waarom zitten die asjes niet halverwege? Sja, daar moet ik zelf ook even over nadenken en ik trek dus eerst een zwichtlijn eens wat strakker. Maar dan kom ik op het goede antwoord:t anders zou de wind de klepjes nooit open kunnen drukken, meen ik. Wat houdt die kleppen dan dicht, vraagt Gerda? Nou, het tegengewicht aan de achterkant natuurlijk - en ik leg nog eens uit hoe het werkt: klepjes, treklat, kniestukjes, spin, doorboorde as, slede, zwichtboom, rondgaande ketting en gewicht er aan, wind blaast, de hele keten werkt tegen, tot de kracht van de wind groter is dan het gewicht en de kleppen openen, waardoor de molen zwicht, zelfzwicht dus. Ondertussen zit het zeiltje er ook goed voor en is het tijd om de vang te lichten.

Als ik vervolgens over de krimpend liggende kruidraad heenstap en de vang licht blijft de molen zoals ik al wel gedacht had, braaf staan. Ik had natuurlijk niet voor niets verzonnen dat we met vier vollen zouden beginnen: de molen staat op een minder gunstige hoek (enige windbelemmering), de wind is nog zwak en het is steenkoud, waardoor alles nu eenmaal eerst even wat minder soepel loopt. En inderdaad: geen beweging in het gevlucht. Gerda speelt daarom even voor (aanvullende) wind, maar het lukt nog niet om de GP te verleiden rond te gaan: het ene zeiltje is domweg te weinig. Afijn, berg hem maar weer op, zegt Gerda. Het gaat immers om een demonstratie van mijn vaardigheden, niet om het malen. Het zeiltje staat net helemaal boven en ik geef de roed een zetje, erop gokkend dat de wanwichtigheid van het gevlucht er dan voor zal zorgen dat het zeil weer beneden komt en inderdaad zakt het eind naar beneden. Ik draaf dus snel naar de vang, maar op dat moment trekt net de wind even aan en komt het gevlucht, zij het traag net genoeg op gang dat ik het eind net niet meer durf te vangen. Dus moet-ie nog eens rond.. maar ja, de vlaag is alweer weg en nu staat het eind met het zeil weer vrolijk boven.... Remy, wil jij..? Maar natuurlijk, Henk, en Remy speelt nu even voor wind. Ik vang daarna de molen keurig en klamp het zeiltje. Dat gaat ook al goed, behalve dan dat ik eigenlijk een mastworp had willen gebruiken om de hoektouwen te borgen maar die hoektouwen zijn bij dit zeil heel lang. Dus moet ik even omdenken, maar dan vindt ik een geschikte knoop en lukt het toch.

We gaan nu naar boven en in de kap hoort Gerda me uit: vertel eens hoe de kap is opgebouwd, vertel eens hoe dat ding daar (wijzend op de bonkelaar) heet, hoe werkt de vang? Ook het verstellen van de vang komt aan de orde en ik weet aardig uit te leggen hoe je dat dan doet. Gerda knikt tevreden. Vervolgens vraagt ze me of ik op een dag als vandaag de vang zou verstellen. Nee, vindt ik, daarvoor hebben we nog net wat te veel wind. Ik zou als het nog even kon op een (bijna) windstille dag wachten. Maar Gerda geeft aan dat het bij wijze van spreken ook vandaag had gekund mits je de roedketting, kampal en stutten inzet. Dan komen we nog even terug op de vang: wat is er aan de hand als het buikstuk aansleept, wat moet je dan doen? Dat komt me raar voor: het buikstuk wat aansleept.. sja, ik weet even niet hoe je dat zou moeten verstellen. Klopt ook: het buikstuk sleept normaliter nooit aan. Aha, bedenk ik: dan is mogelijk de as verzakt? Dat zou kunnen, inderdaad, geeft Gerda aan. Het is in ieder geval reden de molenmaker te bellen.

Dan komen we nog op ander molentypen: kan ik vertellen hoe olie wordt geslagen? Ik begin een verhaal over wentelas, vuisten en heien, maar dat was niet wat Gerda wilde horen: hoe start het proces? Aha, dat wilde je horen, ik had dus niet goed genoeg geluisterd. Maar ik weet het wel en denk even terug aan mijn bezoeken aan De Wachter en Woldzigt en De Passiebloem. Ik leg het proces nog eens uit: kantstenen, doodbed, kneuzen van lijnzaad, opwarmen in vuisterpan, roerijzer, bulen, haren, loswig en heiwig, heien (en had ik al verteld dat die door de wentelas werden aangedreven..;-)?).

Ik breng het er slecht vanaf als we het over de korenmolen zullen hebben: als poldermolenaar heeft dat type niet echt mijn voorkeur en ik weet er dan ook (nog) niet veel over te vertellen. Dat is een zwak punt, gelukkig komen we de komende weken nog op een aantal korenmolens zodat ik mijn kennis op dat vlak nog wat op kan poetsen. Hoe werkt het luiwerk in een standaardmolen, vraag Gerda. Dat weet ik dan weer wel, gelukkig, maar als ik moet uitleggen hoe de zak met koren naar boven wordt geluit merk ik opnieuw dat ik van die korenmolens gewoon te weinig weet.

We krijgen het nog weer over de standerdmolen als Gerda me vraagt om een aantal molens te noemen waar geen koningsspil in zit. Ik leg uit dat daar de aandrijving van de stenen middels lantaarnwielen en een steenspil rechtstreeks plaats vindt. De paltrok noem ik ook, daar staat weliswaar een koning in, maar die draait niet, meen ik. Nou ja, tijdens het kruien wel, natuurlijk, maar dan draait de hele molen, beweer ik. Dan ga ik de mist weer in: ik zeg dat er ook geen koningsspil in een wipmolen zit, maar als Gerda me verbaasd aankijk corrigieer ik: nou ja, een hele dunne, bedoel ik. Jaja, kuch.. ahem..

Al met al, vindt Gerda, is het beter als ik nog een half jaar extra wacht met het aanvragen van het proefexamen. Ook Remy en Gerrit blijken nog niet voldoende kennis en kunde te hebben. Toch gaat er iemand naar het proefexamen: Peter! Peter had immers, voor hij bij ons groepje kwam, al vele uren op molens gewerkt en dat merk je toch: hij straalt veel meer zelfvertrouwen uit. Lammert heeft hem de maat genomen en na overleg met Gerda besluit men: Peter is er rijp voor. Dat zelfvertrouwen van Peter is even verdwenen als Lammert hem het heugelijke nieuws kond doet: dan staat hij toch even wat onthutst te kijken en stamelt wat over "nou, dat weet ik zo net nog niet" en "dan moet ik toch echt nog wel even stevig in de boeken..". Het gaat vast lukken, Peter! Gefeliciteerd!

Remy en Gerrit zijn inmiddels al huiswaarts en Lammert, Peter, Gerda en ik kletsen nog wat na. Het is kwart over 1 als ik thuiskom en mijn vrouw uitgebreid verslag doe van de excercitie. Dan valt me ook op dat we helemaal geen evaluatie hebben gedaan. Ik weet dat Gerda denkt dat ik er nog niet klaar voor ben, maar begin me af te vragen wat ik dan goed en wat ik verkeerd deed. Weet je wat, ik bel haar gewoon.

"Moi Gerda, steur ik?" Nou nee, Gerda zit net een broodje te eten, maar het kan wel even. Wat deed ik nou dan goed, wat deed ik fout? Het was Gerda opgevallen dat ik eerst wel 3 keer rond de molen was gelopen voor ik daadwerkelijk actie ondernam. Dat kwam onzeker over en dat past niet bij een molenaar. Verder zaten er met name op het gebied van de korenmolen echt lacunes in mijn kennis. De meeste vragen had ik daarentegen wel degelijk goed beantwoord, maar het ging vaak toch nog wat zoekend, nog net te aarzelend om overtuigend over te komen. Wel zag ze duidelijk vooruitgang: ik kon deze keer bijvoorbeeld het achtkant feilloos "opdreunen" en ook de kapconstructie en de vang kende ik nu goed. Ook was haar opgevallen dat ik nu volgens een vast systeem de onderdelen opnoemde (van voren naar achteren). Het voorleggen van het zeil was prima gegaan, maar de zeilvoering vond Gerda niet goed: vier vollen was volgens haar te veel, het hadden vier halven of twee vollen en twee halve moeten zijn, meende Gerda. Ik vroeg haar ook nog naar mijn actie om de kruidraad krimpend te leggen: dat was inderdaad gangbaar bij een krimpende wind die wordt veroorzaakt door een depressie die ten zuiden langstrekt. Of we dat vandaag daadwerkelijk ook aan de hand hadden gehad wist Gerda niet, ze had zelf namelijk geen tijd gevonden om het weerbericht te lezen, maar geloofde me op mijn woord en dan was mijn actie dus niet verkeerd. Wel vond ze dat ik de molen net niet helemaal goed op de wind had gekruit: net iets te veel ruimend. Maar ze gaf ook aan dat je dat ook moeilijk kon bepalen door de neiging van de wind om wat te "wapperen" wat wordt veroorzaakt door de windbelemmeringen in het Noorden en Oosten van de GP.

Nou zou het best nog wel kunnen dat ik het alsnog zou kunnen halen, maar dat durfde Gerda toch niet aan: ze moest het immers nu zeggen. En als ik nu het examen had moeten afleggen was ik als een baksteen gezakt. Nee, al met al leek het Gerda daarom dus beter om nog een half jaartje extra te lessen.

Hoewel ik graag zo snel mogelijk zelfstandig molenaar wil zijn mag dat nog best een extra half jaartje duren. Dan zijn we al met al nog vlot geweest: de meeste molenaars in opleiding zijn er toch wel een paar jaar mee onderweg om molenaar te worden, wij zijn dus niet uitzonderlijk. Het gaat er per slot van rekening om dat we goede molenaars worden en dan kopen we met dat half jaartje extra, zo meent ook Gerda, toch een hoop extra zekerheid en kwaliteit.

Dus, lezers: het wordt niet het najaarsexamen 2005, maar het voorjaarsexamen 2006 waar schrijver dezes aan gaat deelnemen. En Peter: "kop der veur en t gait lukken hor!"