Logo van Het Maalboek
<< krimpen [urenoverzicht] [05-02-2005] [startpagina] ruimen >>

 tijd 10 uur
 molen De Groote Polder
 wie Gerda Koster
 wat Praktijk
 weer onbewolkt, helder weer, ZO 3-4 bft
 werk zeilen ophangen, opzeilen, kruien, wegduiken, stenen en zand sjouwen


De Groote Polder is nu meer de Groote Bouwput. Ik zit dit hier te tikken met stramme vingers en wat pijnlijke schouders: spierpijn. Dat komt van het sjouwen, maar daarover straks meer.

Tijdens het ontbijt werd aan mijn voordeur geklopt: het was Lex (van groep 2) die onderweg naar zijn les even langsschoot om mij op de hoogte te brengen van de laatste stand der dingen rond onze molenzeilen. Lex is immers ook zeilmaker en onze molenzeilen liggen, zoals de trouwe lezer zich herinnert, in zijn werkplaats te wachten op herstel. Hij had alvast wat voorwerk gedaan: een aantal reparaties vereistte de inzet van de naaimachine en daar zijn we als leerlingen vast niet zo goed in als de zeer ervaren Lex. Lex had nog meer gedaan, hij had voor elke molen die in eigendom is van de Slochter Molenstichting een reparatieset besteld. Zo'n set, waarin onder meer zeilhandjes, wasdraad en diverse naalden, komt dan in de molen te hangen. Daarmee kunnen we kleine reparaties in het vervolg zelf uitvoeren.

Verder ontving ik van hem een keurig overzicht van de reparaties die nodig zijn, ik laat de tabel hier volgen, leerzaam om voor jezelf nog eens na te gaan of je de gebruikte termen kent:

Zeil 1Zeil 2
gat in doek repareren
korte halstouw vervangen
alle grommers vervangen
middelste zwichtlijn van bokkepoot voorzien
lijken rondom vastnaaien (*)
gaten in doek repareren
beide halstouwen vervangen
beide onderhoektouwen vervangen
Zeil 3Zeil 4
halstouwen vervangen
onderhoektouwen vervangen
gaatje in doek repareren
lange halstouw vervangen
middelste en onderste grommer vervangen
idem voorzien van bokkepoten en zwichtlijnen
achteronderhoektouw vervangen
lijken rondom vastnaaien (*)
(*) is al met naaimachine gedaan

Het was heerlijk weer: een fraai zonnetje, een goede zuidooster maalwind, en ondanks het gegeven dat we op het zuidoosten niet helemaal vrij staan kreeg de wind onze molen aardig rond. Het leek wel raar: we hadden maar één zeiltje voorgelegd en ook nog op de buitenroe. Geen kijk en, zoals het mij is geleerd: ook niet goed. Toch moest het maar even zo.

Het geval wil namelijk dat wij, molenaars in opleiding, nog geen sleutel van de molen hebben. Dat komt binnenkort, maar het zijn speciale sleutels, die je met een certificaat bij moet laten maken en dat kost nu eenmaal enige tijd. Om ons toch in staat te stellen ook in de week, als de molen gesloten is, het voorleggen, zwichten en afzeilen te oefenen hadden wij toestemming om daar het zeil van het onderstaande end voor te gebruiken. Maar nu hadden we dus even geen zeilen. Hoe nu?

Geen nood: in de molen hingen al jaren twee oude zeilen over de legeringsbalken op de eerste zolder, die konden we, zo verzonnen we, mogelijk wel gebruiken. We wisten niet hoe goed ze nog waren, maar besloten ze naar beneden te halen. Dat had me bijna nog de kop gekost: bovenop het eerste zeil wat we naar beneden probeerden te krijgen bleek nog een blok hout te liggen. Toen Remy en ik met behulp van een lange stok en voorzichtig porren en trekken probeerden het zeil van de legeringsbalk af te krijgen kwam dat ding naar beneden suizen en daverde met een klap op de zoldervloer. Als die mij geraakt had..

Afijn, nog een beetje bleek om de neus kregen we ze beide beneden en legden ze uit in het gras. Er zaten wel wat scheuren in en ze waren al een paar keer gerepareerd, maar al met al leek het nog helemaal niet zo beroerd. Gerda stelde voor om het beste zeil voor te hangen op het end wat we normaliter altijd beneden zetten als we de molen opbergen. Dat eind is voorzien van een handig driehoekje, zodat je bij de vang staand kunt zien wat de buitenroe is en wat de binnenroe.

Dus klom Gerrit met het zeilpakket het end van de buitenroe in wat we altijd onder zetten en knoopte het zeil voor. Trouwens: dat wij altijd hetzelfde end onder zetten blijkt een praktijk waar heel veel ervaren molenaars afwijzend tegenover staan. Mogelijk doen we dat dus verkeerd.

Of het nou van de onregelmatige windrukverdeling kwam, of dat het ons nu pas opviel weet ik niet, maar tijdens het draaien hoorden we een wat kreunend geluid, wat uit de kap leek te komen. De kammen waren het niet. Ook lijkt het wel alsof de askop wat tegen het steenbord slijt, we hoorden een schurend geluid, vooral duidelijk als je buiten de molen staat. De beet van de kammen van bovenwiel en bovenbonkelaar is goed, de as zal dus niet verzakt zijn, maar wet het dan wel is? We gaan er de volgende keer, als we een meer normale zeilvoering hebben, nog eens goed naar kijken en luisteren.

Tijdens het koffie drinken kwam de theorie aan de orde. Ik mocht de vang uitleggen, maar bracht het niet ver. Wat inmiddels steeds meer duidelijk begint te worden is dat Gerda's lesmethode niet altijd aansluit op mijn leermethoden. Gerda's methode lijkt te baseren op het uit het hoofd leren van bepaalde rijtje onderdelennamen, zoals je vroeger die aardrijkskunderijtjes ook leerde: "voeghouten - broekstuk - penbalk - korte spruit - lange spruit - steunderbalk - tempelbalk - windpeluw" etc. Daar is best wat voor te zeggen: het geeft houvast en komt heel zelfverzekerd over op het examen: "welke onderdelen zitten er in de kap?" "[dreun] Voeghouten broekstuk .." Maar het is niet de manier die ik gewend ben te gebruiken als ik dit soort dingen leer. Waar ik een beetje mee zit is de vraag hoe lang zo'n rijtje blijft hangen na je examen en of je bij het rijtje wel de juiste onderdelen voor je geestesoog ziet. Het woord "achtkant" triggert bij iemand die rijtjes leert als een soort Pavlov reactie het rijtje "ondertafelement achtkantstijlen legeringsbalken boventafelement kruiring scheggen hondsoren veldkruisen veldstijlen uitbreker uittimmermandje veldmuren", maar snapt-ie wel wat-ie zegt vraag ik me dan af? Het rijtje kan ik prima reconstrueren - dat zie je me hier doen, ik zit dit toch echt zonder cursusboek op schoot in te tikken - maar bij mij gaat het langzamer en niet altijd in dezelfde volgorde: ik zie de onderdelen als het ware voor me zoals ze aan elkaar zitten en het visualiseren en dan de naam bij het onderdeel zoeken kost nu eenmaal meer tijd dan het opdreunen van een rijtje wat je uit het hoofd hebt geleerd. Wat is wijsheid?

Maar goed, ik mocht dus de werking van de vang uitleggen. Ik wilde het eigenlijk even uittekenen, en greep dus naar pen en papier, maar dat wilde Gerda niet. Ik denk met de gedachte dat je dat op het examen ook niet mag doen. Afijn, ik raakte van slag en op een gegeven moment had ik de ezel aan de windpeluw hangen en zat het sabelijzer door het rechter voeghout - als ik het dan ook fout doe, dan wel gelijk goed fout. Gerda maakt zich dan grote zorgen: zou het wel lukken me mij op het examen? Sja, als ik op het examen ook rijtjes onderdelennamen op moet kunnen dreunen, dan mag ik daar inderdaad nog wel even stevig mee aan de gang. Maar is dat wel zo? Ik denk dat ik de molenaars op het molenprikbord eens om raad ga vragen: wordt je inderdaad geen molenaar als je die rijtjes niet weet op te dreunen? Hoe het ook mag zijn; ik zal de komende weken wat meer tijd met mijn theorie doorbrengen, we willen immers samen graag door het examen komen, rijtjes of niet.

Maar ho, hoe zat het nou dan met die bouwput? Nou, herinnert u zich nog dat we een tijdje geleden de stiep uit ons vloertje hebben gekapt? We zouden de vloer op de begane grond van de GP opnieuw leggen, weet u nog? Maar ja, we hadden nog steeds geen vulzand. Gelukkig wist onze Alie een oplossing te vinden en dus kwam er gisteren een trekker voorrijden met 3 kuub vulzand. Eerst haalden we gezamenlijk de oude vloer er uit. De stenen werden op het ondertafelement en op de planken boven de maalgang gestapeld. Na de middag kwamen Gerda, Gerrit en ondergetekende terug om te beginnen met het herleggen van het vloertje. Gerrit had fraai gereedschap bij zich: een lange rei, met waterpas, hamers en kniestukken en wat dies meer zij, we konden dus beginnen. Ik kruide de eerste kruiwagens zand naar binnen, we vlakten het vloertje uit, stampten het zand aan, nog eens waterpas reien en dan begon Gerrit de vloer opnieuw te leggen. Keurig waterpas, het zag er netjes uit. Gerda maakte zich verdienstelijk door de boel in te wassen en stenen aan te reiken. Ik keek ondertussen eens naar het vloertje aan de andere kant van de maalgang en kuurde naar buiten, naar de 3 kuub zand. Drie kuub - dat was veel te veel, naar bleek. Maar het was wel juist genoeg zand om ook de andere kant van de vloer op dezelfde hoogte te brengen als de vloer waar Gerda en Gerrit mee bezig waren, bedacht ik. Okay, even overleggen: "zel ik dizze kant der ook moar oettrekken? Wie bennen nou toch bezeg en zaand genogt, nee din?" Dat vonden Gerrit en Gerda ook. Ah, maar dan moest dat vloertje wel eerst even leeg: er lagen een oude bonkelaar, in vieren gezaagd, een stapel nieuw hout, een hoop oude planken, wat balken, wat bokken en een hele rommel aan oude, deels nog gevulde, blikken met verf, teer en wat dies meer zij. In de loop van de tijd goedbedoeld opgeborgen, maar of we dat nou allemaal wel willen houden? Afijn, eerst maar eens naar buiten er mee, het was nog steeds schitterend weer.

Ronde de GP zag het er nu uit als een bouwplaats: balken en planken, een bult zand, een kruiwagen en zwetende mannen, het plaatje was compleet. Dat naar buiten brengen van zelfs een kwart bonkelaar is eigenlijk te zwaar voor één man, ik kreeg het dan ook alleen maar met het nodige kreunen en drukken voor elkaar. Daarna dus al die stenen er uit, tussendoor nog een kruiwagen vol zand uit de bult van 3 kuub scheppen en daarmee Gerrit en Gerda voorzien van ondergrond.. de lezer begint mogelijk te vermoeden waarom ik hier momenteel wat moeizaam zit te tikken..

Aan het eind van de middag hadden Gerrit en Gerda dik de helft van de vloer er weer in liggen. Heel vervelend was het dat we moesten ontdekken dat er 2 soorten stenen in gebruik waren: een vrij brede en een iets smallere. Dat hadden we juist te laat in de gaten en het resultaat is dat we mogelijk een stuk van de vloer opnieuw moeten leggen. Dat gaat deze week nog gebeuren, is de bedoeling.

Ik had ondertussen 2/3e van de 3 kuub overgeschept in mijn kruiwagentje en dat via oprijplanken in de molen gekruid. "Wie hebben vandoage oardig oefent op t kruien" grinnikte Gerrit. Ja, en dat kon ik ook wel vernemen ook: zo stijf als een deur. Gerrit en ik besloten en passant dat de vier delen van de bonkelaar vooralsnog maar even bij mij in de schuur moesten liggen. Nu ze er alleen nog wel "even" naar toe dragen.. nee, wacht, dat kan handiger: we legden ze 1 voor 1 in de kruiwagen en kruiden ze rond de molen naar de ernaast staande schuur. Dat was al een heel gedoe: die kwarten zijn zwaar, het wieltje van de krooi niet echt heel hard en mijn terrein is nogal, hoe zal ik het zeggen, heu, geaccidenteert. Gerrit en ik liepen af en toe dan ook heukend klem tegen de krooi, als het ding zich weer in een mollebult of onverwacht verdiep had gestort. En dan moet je die loodzware dingen ook nog in de schuur dragen.. auw, mijn arme rug... tegen zessen namen we vermoeid afscheid van elkaar, hai, wat een dag. Gerrit nam plagerig afscheid met de woorden "jij zorgt er vast wel voor dat dat bultje zand binnen ligt voor ik hier maandag weer kom om de rest van de vloer te leggen, toch?" - nou.. kreun..

Naschrift: ik schrijf dit lesverslag deze keer dus noodgedwongen op zondag. En wel 's avonds, want vanmorgen was het nog steeds van dat prachtige weer. De vermoeidheid was weg, de spierpijn was er nog wel, maar ik heb jarenlang aan krachttraining gedaan en dus ben ik daar wel aan gewend. Ik besloot dan ook om Gerrit geen krimp te geven: dat zand moest naar binnen, of mijn naam is geen Henk. Ik toog dus naar de molen. Het ijs lag nog op het boezemwater, strakblauwe lucht, zonnetje.. kruiwagen volscheppen, naar binnen kruien - al snel werd het te warm. Ik gooide mijn trui uit en stond in mijn T-shirtje in de zon. Snap het of niet, maar op een gegeven moment sta je de laatste kruiwagen vol te scheppen, de spierpijn is weggewerkt, de zon is aangenaam warm en het is het mooiste weer wat je je maar voor kunt stellen - man, het kan niet mooier.

Hee, Gerrit, t zaand ligt binnen hor, als ik moandagoavend thoes kom ligt dat vlouertje er vervast al wel in, nee din?