Logo van Het Maalboek
<< krimpen [urenoverzicht] [22-01-2005] [startpagina] ruimen >>

 tijd 3,5 uur
 molen De Groote Polder
 wie Gerda Koster
 wat Praktijk en theorie
 weer 3-4 bft, noordwestenwind, ruimend naar noordnoordwest, vlagen, onbewolkt, later enige bewolking
 werk zeilvoering, theorie achtkant en kap, onderhoud


Deze week kende een paar onstuimige dagen. De Groote Polder staat midden in het veld en de westelijke richtingen kennen bij ons geen windbelemmeringen: de harde wind had dus vrij spel. Periodiek bracht de wind regen en hagel met zich mee en dat klettert dan met veel lawaai tegen onze slaapkamerramen. Dat ongewone geluid maakt je gegarandeerd wakker. Ook de vrijdagnacht was nog onrustig en ik zat me af te vragen of wel wel zouden kunnen lessen. De windroos had in dit geval gelijk: de noordwestenwind is in de winter vlagerig en onbetrouwbaar en brengt vaak hagel en sneeuw. Tegen de morgen klaarde het echter op en nam de windkracht wat af tot acceptabele proporties. Een strakblauwe lucht verwelkomde me toen ik na mijn ontbijt, gehuld in gil-geel regengoed, naar de Groote Polder liep.

Ik was de eerste. De molen stond nog op het zuidwesten en moest dus anderhalf veld ruimend gekruid worden en dus toog ik aan het werk: de bliksembeveiliging er af en vervolgens de roedeketting er af. Ja, had je gedacht: die ketting kreeg ik met geen mogelijkheid van de kruipaal af. Hoe het zo gekomen was wist ik niet, maar hij zat helemaal klem onder de kop van de kruipaal. Juist naast de kruipaal had een mol ook nog een grote bult verse Grunneger modder opgeworpen, waar ik steeds met mijn handen door moest om bij de ketting te komen. Maar hoe ik met mijn steeds zwarter wordenden handen ook wrikte en trok de ket bleef waar-ie was. Ondertussen kwamen ook de anderen aan: Gerrit en Remy, gevolgd door Gerda, dan Peter.

"Moi, kirrel, wat zugstoe der oet ja" grinnikte Peter, een blik werpend op mijn modderhanden en mijn kanarie-outfit. Waarom had ik dat regengoed aan, verwachtte ik soms regen? Nee, legde ik uit: het is tegen de kou. Bij harde wind en niet al te lage temperaturen is een jas te warm en alleen een trui te koud. In die situaties doe ik dan vaak een trui en broek aan, waarover ik dan een regenpak aantrek: precies goed. Aha, begrepen de anderen. Gerda was ondertussen al naar binnen gelopen en de anderen volgden haar, in de verwachting dat ik ook wel zou komen. Maar ik wou eerst die verdraaide ketting los zien te krijgen en rommelde foeterend nog wat door. Alie arriveerde nu ook en kwam hulp bieden. "Ik krieg hom der nait oaf, wicht" steunde ik. Nee, dat zag Alie ook. Dan maar samen aan de slag en na enig trekken en duwen bleek het precies te lukken als we elk aan een kant de ketting opdrukten. Hoe dat ding er zo strak was omgekomen.. wij wisten het niet. Mogelijk door de werking van het gevlucht tijdens de storm?

Alie bleek een zelfgebakken appeltaart te hebben meegenomen. Lekker! Wij allemaal een punt, Gerda verzorgde de eerste ronde koffie en al kauwend deden we een rondje theorie. Ja, legde Gerda uit: we zullen wat theorie betreft een tandje bij moeten schakelen: in het weekend van 18/19 juni doen jullie je proefexamens en dan moet het er toch echt feilloos inzitten. Wat betreft de praktijk maakte ze zich nog niet zoveel zorgen, maar die theorie leek haar maar niet te beklijven. "Dat valt toch wel wat mee, Gerda", oreerde ik, "Ik kan zo'n achtkantje zo opdreunen hoor". Ja, logisch dat ik het toen ook moest doen... maar geen probleem, ik kreeg het er allemaal keurig uit. Ook de anderen kregen nu een beurt en zo passeerden opnieuw alle molenonderdelen de revue. Nou, niet echt slecht, vond Gerda, maar het mag toch echt nog wel wat vlotter hoor. Voor je het weet is het juni.

Jawel, dat is zo en theorie is belangrijk. Maar buiten waaide het en wij wilden graag de GP toch ook wel weer eens zien malen. Eerst dus naar de kapzolder. Peter en ik smeerden de boel, wat nog niet meevalt met die lagere temperaturen: de reuzel is dan hard en ongezeggelijk. De stutten er uit, lekenketje er af, hee.. wat ligt daar bovenop de bovenas? Een lat! Hoe komt daar nou een lat op te liggen? Afijn, dat ding van de zolder af, nog eens extra goed gekeken of alles nou echt wel in orde was en dan naar beneden. Waarschijnlijk was die lat een onbedoelde erfenis van een bezoek van onze molenmaker, anders zouden wij het ook niet weten. Wel raar: meestal ruimen molenmakers na hun werk de boel toch ook even weer op..

Kruien dan maar. Het kruirad begon alweer wat roest te vertonen, dus dat ding even weer gesmeerd. De GP kruit lekker de laatste tijd en het duurde dan ook niet lang of we stonden een beetje krimpend op de wind. Zeilen leken ons niet nodig en gezien de windkracht leek het ons dat het mogelijk zelfs zonder steekborden wel moest lukken. De GP had er eerst niet zoveel zin in, maar na een klein zetje ging het toch. Meer dan 40 endjes zat er echter niet in. Steekborden er dan maar in. Dat scheelt toch echt en nu kwamen we op 60 endjes uit. Gerda stelde voor het vangen nog eens te oefenen en dan mag het nog wel wat harder gaan, dus op de binnenroede twee lange halven gelegd. Wij stonden er aardig bij te foeteren: wat zijn die zeilen slecht, met name het touwwerk... moeten we daar nou niet eens wat aan doen? Lex had ons al eens aangeboden dat we zijn zeilmakerij hiervoor zouden kunnen gebruiken, immers? Ja, dat is ook zo. Weet je wat, besloten we, we halen ze er na de les af en dan brengen we ze gelijk naar Lex, dan maken we ze binnenkort op een avond even weer netjes. Gerda wilde ze wel even bij Lex brengen.

Wij vroegen ons ondertussen ook af waarom we bij de Groote Polder eigenlijk altijd de molen met de buitenroe naar onderen wegzetten. Er valt volgens ons wat voor te zeggen om molens met de binnenroe naar onderen weg te zetten: het bovenste eind vangt immers het meeste wind en volgens ons kan dat bovenste end dan maar beter een end van de binnenroe zijn: die is immers sterker door de porring en zit ook nog dichter bij het halslager, waardoor de hefboomwerking kleiner is. Maar nee, het is niet zo. Toch eens navragen (en als een lezer weet hoe het zit hoor ik het graag).

Terwijl wij daar zo stonden te praten stopte een auto en kijk nou eens: daar kwam ook onze Lammert nog even aanwippen. Nog wel wat bleek om de neus. Hij had het behoorlijk te pakken gehad, vertelde hij, maar hij was inmddels weer aan het werk en had ons gemist. Even de sfeer proeven. Nou je er toch bent, Lammert.. wist hij dan van die lat en waarom die roeketting er zo strak omlag? Nee, hij wist het ook niet. Wel wist hij te vertellen dat er hout was bezorgd om een aantal Arbo-voorzieningen mee te treffen - een schuifluik op de kapzolder en wat leuningen langs de trappen. Kon zijn dat iemand alvast een lat boven had gelegd en vergeten was hem weer naar beneden te brengen, maar verder ging zijn theorie ook niet. Het zou ook nog de molenmaker geweest kunnen zijn, want die kwam de laatste tijd regelmatig over de vloer, vertelde Lammert. En nou we het daar toch over hadden: Lammert had goed nieuws. De lange spruit, die ons al een tijdje zorgen baarde omdat-ie getordeerd en gescheurd is, wordt vervangen. De opdracht aan de molenmaker was de deur al uit, de fondsen geregeld. Mooi waark, Lammert!.

Nu eerst vangen oefenen. Ik had echt mijn dag en ving de GP keurig netjes. "Wat een rust straalt-ie daar bij uit" hoorde ik Gerrit bewonderend opmerken. Ik stond er bij als een pauw met zeven staarten. Maar ook de andere cursisten brachten het er goed van af. We hadden al met al tien keer gevangen en besloten de kap in te gaan om te ruiken en te voelen: loopt de vang niet te warm? Nee hoor, wel een schroeiluchtje, maar de vang was niet eens lauw.

Nu de daad bij het woord voegen: de zeilen afhalen. Ik klom als eerste het gevlucht in en maakte het rechter boventouw - eigenlijk heet dat het korte halstouw - los. Gerrit en Remy haalden ondertussen de stormluiken uit het voorkeuvelens en maakten in eenparige arbeid het linkerbovenhoektouw - officieel heet dat het lange halstouw - los van de zeilarm. Het zeil gleed opgerold en wel naar beneden en we rolden de worst verder op en legden die in Gerda's kofferbak. Zo deden we alle zeilen en een half uurtje later stond de GP er voor ons gevoel maar wat kaaltjes bij.

De les was nu formeel voorbij, maar Gerrit had al een tijdje een paar nieuwe wervels voor onze windborden in zijn auto liggen en wilde die er graag nog even opzetten. Dat kon. Gerrit, die bij de vrijwillige brandweer heeft gewerkt, heeft bepaald geen last van hoogtevrees en klom als een aap het end in. Keurig met de beentjes door het hekwerk gehaakt had hij beide handen vrij om de restanten van de oude bouten uit de bordschroot te tikken. Het resultaat mag er zijn en onze windborden zitten nu allemaal weer veilig geborgd.

De wintertijd is bij uitstek de tijd voor klusjes. Binnenkort leggen we het vloertje op de begane grond opnieuw en gaan we de electriciteit in de molen aanpakken. De Groote Polder wordt zo een hele knappe molen. Van Lammert begrepen we dat Grieto de Vries zich inmiddels op de circuitbemaling had gestort en we verwachten daar binnenkort dan ook positief nieuws van. Het gaat al met al goed met onze molen.

Afsluitend dank ik Jaap van Driel die mij deze week een aantal leerzame artikelen toestuurde. Daaronder ook een door hemzelf geschreven artikel uit 1982 over dikke en dunne lucht. Zijn er aantoonbare verschillen? Jazeker, het is dus geen fabel: hoeveel energie die je uit de luchtbeweging haalt kan tot wel 20 procent verschillen, afhankelijk van luchttemperatuur en vochtigheid. Wel twijfelt Jaap er aan of de molenaar uit zijn geheugen die verschillen wel kan onthouden, zeker als je bedenkt dat er zoveel meer factoren zijn die de energie bepalen: zamen, vlagen, schiftingen, windbelemmeringen en windrichting.

Ook vult Jaap in zijn uitgebreide brief aan mij nog het een en ander aan over de neiging van molens om rechtsom te willen kruien: Er is naast het zogeheten "wieleffect" nog een reden waarom een draaiend gevlucht ruimen wil. Vanwege de helling van de as staat het linker end meer verticaal dan het rechter (wederom van achter gezien, toeristen kijken meestal van voren, dat geeft mooiere foto's). Rechts heb je dus een ruimere aanstroming van het profiel met als gevolg een grotere windkrachtvector en links alleen een dwarse aanstroming (alleen winddruk).

Nogmaals hartelijk dank, Jaap!