Logo van Het Maalboek
<< krimpen [urenoverzicht] [18-12-2004] [startpagina] ruimen >>

 tijd 3 uur
 molen Scheemda (geen molen, theorielokatie)
 wie Gerda Koster & Klaas Strijk
 wat Theorie
 weer -
 werk weerkunde, assen en spillen, vang


Regen. Naargeestig weer, nog niet echt Kerstelijk. Desalniettemin zat de stemming er vanmorgen goed in: er was natuurlijk kovvie en onze leraren hadden daar een prima plak kouke bij verzorgd. Om een uur of negen zaten we dan ook gezellig rond de tafeltjes koffie te drinken met een aardige ploeg volk. Dat waren er trouwens een stuk minder dan de laatste keer - eh.. nee, niet minder mensen, maar minder tafeltjes en stoelen... Toen Gerda en Klaas vanmorgen binnenkwamen bleek namelijk dat een groot aantal stoelen en tafels was verwijderd. Waarschijnlijk omdat de mannen van het waterschap, die deze ruimte normaliter gebruiken, hun kerstvakantie aan het vieren zijn en de boel van te voren nog even opgeruimd hebben. Het restant stond keurig in een hoek opgestapeld en dus moest eerst operatie "sjouw en bouw" uitgevoerd worden. Het geringe aantal tafeltjes had wel weer als voordeel dat we nu wat minder ver uit elkaar zaten, wat een wat knusser gevoel gaf en ook voorkomt dat de docenten met forse stemverheffing moeten spreken om zich verstaanbaar te maken. En er waren precies net voldoende stoelen, iedereen kon zitten.

Ik ging naast Joop zitten en we kwamen op het ontstaan van het woord "Ojief". Dat bleek Joop nagezocht te hebben en hij liet me zijn aantekeningen zien: "Ojief = ogief -> spitsboog -> middelnederlands ogijf, frans: ogive ->> spaans: aljibe waterreservoir". Ik heb op het Internet ook nog even gezocht en vond "Ojief, v. (bouwk.) kruisboog." en de Van Dale zegt "ojief (het ~, ojieven) 1 lijst waarvan de kromming in dwarsdoorsnede half hol half bol is". Het blijft een opmerkelijke benaming.

Nou had Joop ook nog een paar andere dingen in zijn aantekenblok staan en hij wees me op een interessante tabel: hoe moet je nou je molen kruien dat-ie zo optimaal mogelijk rendement heeft en hoeveel scheelt het nu eigenlijk als je hem verkeerd zet? Nou, dat bleek meneer Sipma uitgezocht te hebben - Sipma heeft een molenboek geschreven wat je nog steeds kunt kopen, ik krijg binnenkort een (oud, originieel) exemplaar - en in de tabel hieronder kun je lezen hoe het zit:

AfwijkingDit noemen we..Verlies
-10°krimpend op de wind 23%
-5°iets krimpend op de wind 0%
pal op de wind 17%
+5°iets ruimend op de wind 35%
+10°royaal ruimend op de wind44%
+15°fors ruimend op de wind 60%

.. oftewel: het oude credo "zet um iets krimpend op de wind" is ook vanuit het oogpunt van rendement verdedigbaar.

Gerda verraste ons door aan het begin van de les te spreken over het weer. Dat hadden we niet verwacht; we hadden immers als huiswerk hoofdstukken opgekregen die over de vang en de assen en spillen gingen. Maar het bleek geen vergissing: vanaf vandaag zullen we altijd, aan het begin van de les, tien minuten weerkunde hebben. Vandaag ging het over isobaren, koufronten, warmtefronten en dergelijke. Gerda legde het een en ander uit aan de hand van de weerkaartjes die dagelijks in het Dagblad van het Noorden verschijnen. Ik vroeg me af hoeveel je nou eigenlijk moet weten op het examen en dat bleek gelukkig nogal mee te vallen. Wel moet je het weer in je omgeving goed kunnen beoordelen en je moet de windroos goed in je hoofd hebben. Als vast onderdeel van het huiswerk krijgen we nu ook twee windrichtingen mee - voor de volgende keer Noordwest en Noord - waar we dan de karakteristieken van moeten kennen.

Na het weerintermezzo hadden we het dan eindelijk over de assen en spillen in een molen. Een cursist vroeg zich af waarom de bovenwielen niet waren aangepast toen de stalen assen opkwamen, dus: waarom geen kleinere spiegel? De oorzaak zal er wel in gelegen hebben dat men bij vervanging van een houten as door een stalen exemplaar het bovenwiel niet verving - dat kost immers geld. Daarnaast zouden de kruisarmen veel dichter bij elkaar zijn gekomen en dat zou weer een heel andere krachtenverdeling tot gevolg hebben. De oplossing was eenvoudig: de as werd ter hoogte van het bovenwiel opgevuld met hout.

We kregen het ook nog over verzakkingen en hoe je daar mee om moest gaan. Zowel Remy als ik komen uit werkkringen waar kwaliteitsborging van belang is en dus waren wij het er snel over een dat een goed geschreven protocol zou kunnen helpen bij het goed bepalen van de oorzaak van een probleem. Dat kan, met name voor een beginnende molenaar, namelijk best nog wel eens lastig zijn. Zo'n protocol zou kunnen lijken op wat je bij de belastingdienst ook wel ziet: zo'n reeks van vragen die je beantwoorden moet en die je door een matrix heenleiden met aan het eind het juiste antwoord. Bijvoorbeeld: "begin bij de bovenbonkelaar. Is de beet van de kammen te diep? Zo ja, dan.. en zo nee, dan.. " etc. Zoiets lijkt nog niet te bestaan: in de molenwereld vertrouwt men als van ouds op de ervaring van de molenaar. Maar mogelijk moeten we hier toch eens over denken: er zijn steeds minder vakmolenaars en de onbezoldigde molenaars zijn vaak minder op de molen dan ze zelf wel zouden willen.

Ondertussen schoof ook Wim nog even aan. Wim is molenaar op de Westerse Molen in Nieuw-Scheemda. Maar.. de stoelen waren op. Hoe nu? Gelukkig stonden er nog een paar kratjes en zo bracht Wim nog een uur door, gezeten op een frisdrankkrat. Als het niet kan zoals het moet, moet het maar zoals het kan.

We hadden het nog over heel veel zaken, zoals de bevestiging van de ezel, waar de vang gaat aanlopen als je hem versteld, waarom je (wel of niet) krijtstrepen zet als je de vang versteld, hoe op sommige molens de smering middels kettinkjes en oliebakjes wordt gedaan.. afijn, te veel om op te noemen.

Het zal naar verwachting tot volgend jaar duren voor ik weer in dit blog schrijf. Wel probeer ik dit jaar nog een pagina over de vang te maken, zoals beloofd, bekijk dus af en toe toch de hoofdpagina van het Maalboek eens. Ik sluit af met alle lezers een gezegende kerst en een gelukkig nieuw jaar toe te wensen.

Veul hail en zegen!