Logo van Het Maalboek
<< krimpen [urenoverzicht] [18-09-2004] [startpagina] ruimen >>

 tijd 3,5 uur
 molen De Groote Polder
 wie Gerda Koster
 wat Theorie/praktijk
 weer 3-5 bft, ZZW, bewolkt met opklaringen, fraaie maalwind.
 werk vangen, zeilvoering, kruien, theorie vang.


Ook vandaag nog even geen foto: ik heb weliswaar al een vervangstukje voor het weggesprongen klepje gefröbeld maar het moet allemaal ook nog even in elkaar en de tijd is wat krap momenteel.

Voor ik verslag doe van onze les van vandaag wil ik nog vertellen over mijn bezoek aan De Passiebloem in Zwolle, een achtkante stellingmolen met olieslagwerk. Ik was daar om een vergadering bij te wonen, maar toen ik 's avonds om een uur of zeven aankwam draaide de molen met vier volle zeilen een aardig aantal endjes en natuurlijk kreeg ik van de molenaar nog een korte rondleiding. Dit is een grote, indrukwekkende molen, een fraai voorbeeld van een industriële molen. Met name de kollergang - ook wel kantstenen genaamd - is indrukwekkend: de huidige stenen zijn al fors, maar aan de slijtsporen kun je nog zien wat voor joekels er ooit in moeten hebben gezeten. Uiteraard kon ik niet nalaten de molenaar te vragen die grote jongens eens in beweging te zetten. Ik dacht dat er niet genoeg wind zou zijn, maar dat had ik mis: zonder een centje pijn kwamen die bakbeesten van stenen op gang. Er zit dus gelukkig behoorlijk wat speling in het gaande werk, want hoewel het aanloopmomentum wel geweldig moet zijn, zie je aan de buitenkant het gevlucht niet afwijken van haar gestage beweging. De molen heeft twee vuisters: bij de voorslag en bij de naslag. De molenaar liet ons zien dat men in plaats van een ring een echte pan (met bodem) heeft waarin men het meel verwarmt. Een zeldzaamheid.

Op een klein schoolbord bij de deur zagen ik dat er klaarblijkelijk ergens de tel van bij werd gehouden en wel van "ratteuh" - dat stond er tenminste boven. Toch maar even vragen wat dat nou waren.. welnu, dat is het aantal ratten dat men dit jaar heeft gevangen. De molen is in oorlogstijd als opslagplaats voor etenswaren gebruikt en toen is de vrije doorgang onder de molen dichtgespijkerd, om diefstal te bemoeilijken. Het gevolg was dat de ratten zich in de zo ontstane kelder vestigden en zich, voorzien van een wind- en waterdichte verblijfplaats met meer dan voldoende voedsel, ruim voort plantten. De molenaar vertelde dat het tegenwoordig weliswaar goed onder controle is, maar dat ze toch nog vallen hadden staan en af en toe nog een rat vingen. En het aantal gevangen "ratteuh" houden zo dus op dat bord bij.

Ook aardig is het model van een stoom-olieslagerij wat je daar kunt bewonderen, een geschenk van een timmerman. Opmerkelijk is dat veel van de ogenschijnlijk metalen onderdelen - die in het echt ook zeker van metaal geweest zijn - in het model van hout gemaakt blijken te zijn. Je kunt het vrijwel niet zien, maar als je er aan voelt dan merk je het.

Uiteraard is er altijd wel een leerzame anekdote te vertellen en zo ook hier. Als je molenaar bent, dat zet je de molen altijd weg met zoveel mogelijk borging dat hij tijdens je afwezigheid niet gaat draaien. Dus: kettingen aan de roe, pallen en stutten in het bovenwiel en stenen in het werk. Zo ook in deze molen. Maar ja, een kollergang loopt natuurlijk relatief licht: het gewicht van de stenen is wel groot, maar ze draaien vrij makkelijk rond. Dus legden de molenaars wel eens een balkje of iets dergelijks voor de kantstenen en zo ook in Zwolle. Op een dag was de molen toch ongewenst gaan draaien, maar in tegenstelling tot wat men had gedacht had de steen compleet maling aan dat balkje en rolde er gewoon bovenop... en daar stond die steen dus, bovenop het borgbalkje, toen de verontruste molenaar aankwam. Het zal wel een aardige dreun gegeven hebben toen-ie er weer afkwam...

Oh ja, de les van vandaag.. is ook zo. Wel, we waren met zijn vieren: Alie, Remy, Gerrit en ik, onder leiding van Gerda. Er stond een mooie zuidenwind en dus stelde ik voor om het eens zonder zeilen te proberen. Die inschatting was goed, bleek: de molen draaide 40-50 enden zonder enig probleem. Omdat het bestendig weer was konden wij ons aansluitend op de eerste zolder aan de koff.. ahem.. aan de theorie gaan wijden. Uiteraard wel na het spannen van veiligheidsnetten rond het gevlucht; je ziet graag bezoekers langskomen, maar liever niet aan het eind van de roede.

We hebben vandaag de theorie van de vang behandeld. Welke typen er zoal zijn: de bandvang (van hout of van metaal) en de blokvang, zoals de Vlaamse vang en de stutvang. De GP heeft trouwens een Vlaamse vang, waarbij de blokken niet scharnierend zijn ten opzichte van elkaar. Trouwens, op de Passiebloem hebben ze een hele uitzonderlijke constructie: een Vlaamse vang met stut, dat zie je niet vaak. Uiteraard ook de benamingen van de onderdelen: maanijzers, sabelijzer, koebouten, sabelstuk, kopstuk, schouderstuk, teenstuk en buikstuk, ezel, vangbalk, wipstok. En de manier waarop de vang geborgd is als hij is gelicht: met een beugel en een duim, zoals op de GP, of met een haak of klink, zoals op Gerda's molen, of met een houten klamp. Ook de trommelvang werd behandeld.

Omdat het zo mooi ging konden we vervolgens het vangen goed oefenen. De vang gedroeg zich vandaag eigenlijk helemaal niet meer zo bijterig vond ik, maar het kan natuurlijk ook zijn dat ik er nu aan gewend ben. In ieder geval lukte het ons allemaal om keurig te vangen en zelfs een door ons gewenst eind beneden te laten eindigen. Daarna hebben we nog op het voorleggen van de zeilen geoefend en het lukte me zowaar alweer om de zwichtlijnen met een fraaie boog alledrie tegelijk om het hekwerk te slaan.

Toen we de molen al aan het opbergen waren kwamen er nog bezoekers: een stel uit Zeeuws-Vlaanderen, waar ze overigen ook bijzonder fraaie molens hebben. Kon ik ook nog even oefenen in vertellen over de molen, wat ik altijd graag doe. Volgende week hoop ik weer foto's te kunnen maken..