Logo van Het Maalboek
<< krimpen [urenoverzicht] [12-06-2004] [startpagina] ruimen >>

 tijd 3,5 uur
 molen De Groote Polder
 wie Lammert Groenewold
 wat Theorie/Praktijk
 weer 2-3 bft, NW-WNW, bewolkt, onweer en (hagel)buien
 werk benamingen vijzelconstructie, vangen, zeilvoering


We hoefden maar een klein stukkie te kruien, de wind lijkt de laatste tijd wel vastgespijkerd op de windroos. Met de windborden er in draaide de molen een tijdje, maar we hebben het maar kort vol kunnen houden. Een forse donderklap stoorde ons in ons maalwerk. Een onweersbui kroop, zich geheel houdend aan de theorie, uit het zuidoosten naar ons toe.

Aardig om te zien hoe de de weerroos het bij het rechte eind had: de zuidoosthoek staat daar als onweershoek ingetekend. Onweer ontstaat als er twee wolkenlagen in tegengestelde richting langs elkaar wrijven. Als de wind dus uit het NW komt is het zaak om de ZO hoek goed in de gaten te houden. Als je het niet vertrouwt: vangen, bliksemafleider er op, eventueel de roeketting er op, de wind kan immers plots van achteren komen. Zo deden wij het vandaag dan ook.

Je kon de wolkenlagen duidelijk onderscheiden: een laag die naar het NW wegdreef en een tegengestelde laag die zich zuidoostelijk bewoog. Lammert was zichtbaar vergenoegd dat het weer zich zo fraai en op het juiste moment aan het model hield en hij legde ons enthousiast uit waar we op moesten letten. Uiteraard konden wij vervolgens niet nalaten Lammert te bedanken voor deze demonstratie; wat geweldig dat onze molenaar even het KNMI belt om dit te regelen ;-). Zoals de oplettende lezer wel begrijpt: de sfeer tijdens de lessen is uitermate prettig - wij hebben een werkelijk fantastisch team leerlingen en instructeurs (m/v).

Vervolgens hebben we binnen in de molen de theorie van de vijzel doorgenomen. Hier gaat grotendeels op: zo boven, zo beneden. Ook beneden hebben we een peluw, maar nu geen windpeluw, maar een waterpeluw. Ook beneden zien we een halslager, weerstijl en keerstijl. We leerden wat schenen zijn en ook welke factoren het vermogen van het wormwiel bepalen. Je boerenverstand gebruiken brengt je in dit geval een heel eind: dat bleek toen Lammert ons vroeg eens te willen raden welke factoren er van belang waren bij de bepaling daarvan. Dat lukte ons al heel aardig.