Logo van Het Maalboek
<< krimpen [urenoverzicht] [05-06-2004] [startpagina] ruimen >>

 tijd 3 uur
 molen De Ruiten
 wie Lammert Groenewold, Roelof Beugel
 wat Praktijk
 weer 2-3 bft, NW, licht bewolkt
 werk vangen, klampen, zeilvoering, moleninspectie na lange stilstand, smeren neutenkruiwerk, zeilen bevestigen.


De Ruiten heeft al enige jaren vrijwel niet gedraaid. De molen heeft helaas geen functionele schroef (wormwiel) meer en er is ook geen maalmogelijkheid meer. Toch is het een mooie ruime molen, die een aantal eigen aardigheden kent. De eerste zolder zit bijvoorbeeld heel hoog. De trap er naar toe doet je neigen tot schrijden, zo breed en hoog is hij. Er is hierdoor wel veel zicht op de opbouw van het het achtkant. We hebben de molen geïnspecteerd: de staat van de diverse onderdelen van het gaande werk, hoe de "beet" van het bovenwiel in de bovenbonkelaar er uit ziet, of het kruis nog wel goed ligt.

In ons geval lijkt het wiekenkruis wat gezakt te zijn en zou optempelen geen slechte zaak zijn. Gelukkig liep de askop niet aan tegen het voorkeuvelens. De afwatergroef bleek ook nog prima gelocaliseerd. Wel waren de koppen van de voeghouten niet zo heel sterk meer: die zijn al van een paar ijzeren steunstangen voorzien. De molen kent in tegenstelling tot de GP, twee beveiligingsstutten, die echter niet echt goed in het bovenwiel vallen, dat kan - denken we - wel verholpen worden door een stukje uit de stutten te zagen.

De kampal zit er wel, maar is niet handig vast te zetten en van beneden niet te bedienen. Heel apart was het om te zien dat aan het teenstuk van de vang een gewicht was gehangen. We stootten onze koppen er haast tegen: het hing juist in het trapgat naar de smeerzolder. Navraag bij molenaar Willem Poort leerde dat dit was gedaan omdat de vang nog wel eens aanliep en dat met bijstellen niet echt goed te verhelpen bleek. Ook ontdekte ik een kettinkje tussen buikstuk en windpeluw waar ik niet van snapte waar het voor was. Willem wist het ook niet, wel dat het ding er altijd al had gezeten.

De vang spoort niet helemaal goed: hij loopt enigszins naast het bovenwiel aan de bovenkant. Niet zo erg dat we er niet mee durfden vangen. We hebben de wiggen van de penbalk gecontroleerd: die waren droog en zaten aan de binnenkant wel wat los, maar aan de achterkant gelukkig niet. Sommige neuten van het kruiwerk hebben speling en het houtwerk in de kap is hier en daar wat "aangevreten". De trap naar de smeerzolder doet ook wat wankel aan. Toch durfden we na de inspectie en het nodige smeerwerk de zeilen op te zoeken. Ik heb er een behoorlijke hap "original Dutch lard" (zwienevet) aan gewaagd. Roelof en Lammert hebben alle vier zeilen er weer voorgehangen. Daarna kwam het grote moment: na jarenlange stilstand lichtten we de vang en daar ging-ie. Een aantal duiveneieren en een hoop rommel viel naar beneden, roest rammelde in de roeden, maar na enige omwentelingen begon het beestje waarachtig mooi te draaien.

Helaas werd de idylle verstoord door tokketokketok geluiden - jawel, de palkam was tegen de kammen van het bovenwiel gevallen. Afijn, vangen, naar boven, enige knopen en binnensmonds gemopper later de vang er weer af en daar ging-ie weer. 50 enden, 60 enden, 70 enden - hard genoeg, vangen, twee zeilen zwichten en klampen, en met 40 enden ging het een tijdje mooi. Opnieuw een molen gered van de eeuwige stilstand en bijbehorend verval.